12 IJs

Het geheugen speelt wonderlijke spelletjes. Sinds ik wat meer over vroeger schrijf, bemoeit vroeger zich ook meer met mij. Gisteren ging ik Sofieke ophalen van de naschoolse opvang. Omdat het zo warm was kleedde ik me eerst thuis even om in een wat luchtiger tenue. Vervolgens naar de supermarkt waar ik nog wat boodschappen haalde, onder andere een mooie lange rol ijs, die thuis wel weer snel in de vriezer zou willen, bedacht ik bij het afrekenen. Ik reed naar huis en ruimde de boodschappen op. O, o, waar was Sofieke? Was ik niet op weg gegaan om haar op te halen? Ik keek op mijn horloge en stapte snel weer op de fiets, mij tegen mijzelf verontschuldigend, waar niemand wat aan heeft. Bij de Gouwzeeschool aangekomen zette ik mijn fiets neer en liep over het schoolplein langs de in rubber tegels gevatte klimrekken en de met een groen net overspannen zandbak.

De eerste zandbak uit mijn jeugd meldde zich direct. De kleuterschool aan de Langeweg in Apeldoorn. De kleuterschool was eigenlijk geen school, maar gevestigd in een gewoon huis met een zandbak in de tuin. Ik was opeens in die zandbak. Ik voelde mijzelf zitten op de smalle, groene, houten rand. Het zand schuurde langs mijn been. Ik voelde het gewicht van het zand tussen mijn vingers wegglijden. Het was vochtig en traag. Ik pakte de rode houten speelgoedvrachtwagen, waarmee ik een spoor door het zand trok. Ik zag Frits, blond en langer dan ik, met zijn rug naar mij toe, bezig met ik kon niet zien wat. Ik hoor een stem die ons naar binnen roept. Ik ga naar binnen en loop langs de kapstokken, waar de tas van Sofieke staat. Als ik de klas inloop vertelt de juf dat Sofieke sinds het zwemmen uitslag op haar buik heeft. Sofieke laat het zien. Gelukkig komt onze bevriende huisarts ook net haar zoon ophalen, dus ik krijg gelijk een mooie diagnose: even afwachten. Sofieke pakt haar jas en tas en we lopen naar buiten. Langs de zandbak. Er gebeurt niets. Het blijft volkomen stil in mijn hoofd, hoe ik ook kijk naar zandbak en klimrekken. Ik denk – maar dat is heel wat anders – nu bewust aan mijn kleuterschool en herinner mij van alles, maar het moment is voorbij. Sofieke babbelt rustig tegen mij aan en toont haar werkstukken van die dag. Ze laat haar uitslag nog een keer zien. Later wil ik haar verrassen met het ijs. Het lukt maar amper. Ze verrast mij meer, wanneer ze bijna verdrietig zegt dat ze geen zin heeft in ijs en liever chocola wil en of dat mag. Ik kiep haar ijs in mijn bakje en ontspan. Sofieke pakt een chocolade lollie uit de kast en likt eraan.

– Eigenlijk heb jij nu meer dan ik, papa.

Ik ben stil.

Ik geniet van mijn ijs.

Vanmorgen was Sofiekes uitslag verdwenen.

Ate Vegter, 1 juli 2015

http://www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s