16 Garde Grenadiers

Vanmiddag voor de derde keer op rij naar het Hemmeland geweest. Dat was niet zo’n goeie actie, want net toen wij gingen liggen, stak de wind op. We hebben nog wel even gezwommen, maar zijn dan toch maar weer naar huis gefietst. Zo lijkt het warme weer op zijn retour.

Bij echt warm weer moet ik altijd denken aan de hete zomer van 1976. Ik zat toen in de Saxen Weimar Kazerne bij de Garde Grenadiers in Arnhem. Ik was administrateur en deed alles wat de jongens ook deden, maar dan op papier, zoals ik aan mijn collega sergeanten uitlegde, wanneer zij weer eens bezweet en bemodderd van een oefening terugkwamen. Ik was op speciaal verzoek bij de Grenadiers geplaatst. Ik zat eerst in een saaie staffunctie en wilde graag naar de parate troepen, zodat ik een echte compagniesadministratie kon draaien, want dat had ik geleerd op de opleiding. Ik werd nog gewaarschuwd dat die Grenadiers wel fanatieke lui zijn, maar juist dat leek mij wel wat. Misschien was ik wel bang voor al die verhalen van verveling als het om militaire dienst ging.

Als administrateur had ik regelmatig overleg met de compagniessergeantmajoor, die altijd zingend door het kazernegebouw liep en de commandant, kapitein Van Vels. We bespraken dan de binnengekomen post, de dingen van de dag en de strategie voor de rest van de week. Op een van die hete dagen in 1976, nu 39 jaar geleden, hadden wij ook zo’n overleg en zaten we samen naar de radio te luisteren, omdat door de hitte er in de bossen rond Arnhem brand was uitgebroken. Deze brand was ook op het nieuws en na het nieuws volgde een oproep voor vrijwilligers die wilde helpen bij het bestrijden van de brand. Die konden zich dan melden op de Saxen Weimar Kazerne! Wij keken elkaar aan en zetten grote ogen op. Dat was hier! Wij wisten nergens van.

We keken naar buiten naar de poort, waar tot onze stomme verbazing de eerste burgers al direct binnenliepen. Nu kwam het op leiderschap aan en de kapitein begon onmiddellijk instructies te geven dat het een aard had. Er werden drietonners geregeld waarin de helpers naar de vijandelijk brand gereden konden worden en al het materieel dat kon helpen bij de bestrijding werd ingeladen. De kapitein verordonneerde zijn chauffeur en met behulp van een walkie talkie bestreed hij de brand verder vanuit zijn Jeep. Daarmee was de brand kansloos want deze uit Italië afkomstige chauffeur, Luigi Zuliani, reed en stuurde ook als een Italiaan. Wat achter is is níet belangrijk, zei hij, toen hij een keer zijn buitenspiegel aan gort had gereden.

Hij ging rechts als de kapitein dat riep op een manier die je nu alleen nog in reclamefimpjes ziet. Direct en onverschrokken, of er een weg was of niet. Die stijl paste helemaal bij het karakter van de kapitein en zij waren dan ook onafscheidelijk. Nog maar nauwelijk in het rampgebied aangekomen, wat zij in grote slagen doorkruisten, ging het vuur liggen, alsof het wel besefte dat het hier niet tegen was opgewassen. ’s Avonds, toen iedereen doodmoe maar gelouterd in de bar hing, kwamen de verhalen los en de volgende dag werd er een stapel gebaksdozen gebracht namens de Arnhemse brandweer. Aan de Garde Grenadiers 11 Painfbat: Dank Voor Uw Uitnemende Inzet, stond er op het kaartje. Wij waren uitgeblust. Ik moest alleen nog even de administratie bijwerken.

 

Ate Vegter, 5 juli 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s