17 Buitenschoolse opvang

Het is negen uur als ik Sofieke naar de BSO breng. Sommige mensen vinden dat je een kind niet naar de opvang mag brengen als je zelf vrij bent, maar ik heb daar geen problemen mee. Ze zit nu op de Gouwzeelocatie, dus dat is naast het zwembad. Ik knal door het tunneltje onder de Bernhardlaan en bedenk dat ik helemaal klaar ben met die zwemlessen. Dan maar geen diploma. Sofieke zwemt hartstikke goed, zoals ik de laatste paar dagen op het Hemmeland met genoegen heb mogen constateren.

Ik vraag me af of ze haar B-diploma mag halen zonder dat ze A heeft. Zou daar wel over in discussie willen gaan. Je mag ook je vrachtwagen rijbewijs halen zonder etc., toch? In gedachten verzonken zet ik de fiets neer bij het zwembad. Ik bedenk net op tijd dat we niet gaan zwemmen en alsof mijn neus bloedt loop ik verder naar de Gouwzeeschool. Sofieke heeft het niet in de gaten. We lopen naar binnen, maar haar lokaal is leeg. Ze zitten ernaast.

Jeroen vraagt of ik koffie wil. Hoe ziet die man dat ik geen haast heb? Met melk graag. Hij verontschuldigt zich dat hij alleen melkpoeder heeft. Dat is mijn favoriet, zeg ik en we praten uitgebreid over de voor- en nadelen van warme en koude melk, koffiemelk en zwarte koffie. Dan gaat zijn telefoon en komt Sofieke bij mij op schoot zitten. Ik mag nog niet weg. Als Jeroen heeft opgehangen (mag je dat nog zo zeggen) zeg ik dat ik haar om half een weer kom ophalen omdat ze pianoles heeft.

– Van Cees de Baat?
– Nee, van Anton. Van Anton en Tijl.
– O, we zitten op het atletiekveld dan.
Ik kijk hem vragend aan.
– Achter het voetbalveld.
– Jij denkt dat ik weet waar het voetbalveld is.
– Bij de Cornels Dirkszlaan.
– O, dat weet ik wel ja.
Ik heb er pal naast gewoond in de flat van Laura en kan me het geschreeuw op zaterdagmorgen nog goed herinneren, maar was het toch even vergeten.
– En dan?
– Dan ga je bij de ingang links en dan achter de kantine langs rechts. Dan zie je het wel.
– Oké.
Ondertussen is er onder de kinderen een discussie ontstaan over het atletiekveld.
– We kunnen ook naar de sporthal.
– Of hier blijven, zegt een jongetje met een bril.
– Je hebt ze nog niet op één lijn, Jeroen.
– Nee, het gaat nog een beetje rommelig vandaag, Emiel is ook ziek, dus we moeten een beetje improviseren.
Opnieuw gaat zijn telefoon.

Ik besluit dat het genoeg geweest is, geef Sofieke een knuffel en ga naar huis. In een ooghoek zie ik nog hoe zij zich geruisloos bij haar vriendinnen voegt, die met verf aan het knoeien zijn. Ik zoek mijn sleutels, maar kan ze niet vinden. Ik loop rustig door, mijzelf verzekerend dat ze nog in de fiets moeten zitten. Alles aan één bos is mijn motto. Ik bedenk hoe het mijn dag op zijn kop zou zetten als mijn sleutels, of mijn fiets met mijn sleutels, weg zouden zijn. Dan kan ik ook het huis niet in. Ik versnel mijn pas. Zie dan mijn fiets en even later het Rolling Stones logo van mijn sleutelhanger.

Ate Vegter, 6 juli 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s