39 Verhuizen

Omdat wij in de zomervakantie van 1961 zouden gaan verhuizen had ik aan het eind van het schooljaar al afscheid genomen van mijn klas en mijn juf. Wij woonden in zeg maar oud Apeldoorn en de school stond in Kerschoten, een nieuwbouwwijk in de buurt die nog helemaal in aanbouw was en waar mijn broer en ik, gewapend met stenen van ons grindpad, ’s avonds in de portieken van de leegstaande flats de lampen kapot probeerden te gooien. Er was eigenlijk alleen nog maar een school, drie flats en een Vivo, dus veel was het niet. De rest lag nog braak, helemaal klaar voor de nieuwe ontwikkelingen. De juf zei dat ze het wel heel jammer vond dat ik wegging, ‘net nu je wat mooier gaat schrijven’. Ik kan haar geruststellen, mijn schrijfcijfer is nooit boven de 5 gekomen en op het eerste rapport in Rotterdam stond als aanvullend commentaar: ‘Ate is veel te lui en te slordig’. Mijn zusje kwam in die tijd thuis met een rapport waarop stond: ‘Ria is lief en doet goed haar best’. Eigenlijk is er sindsdien nooit echt iets veranderd, gelukkig. We hadden beiden onze eigen strategieën.

Op de dag van de verhuizing moesten wij allemaal helpen met inpakken en sjouwen, maar spullen uit ons eigen huis dragen wilde ik niet. Ik kon het niet verdragen. En inpakken kon ik niet netjes genoeg dus liep ik maar zo’n beetje rond en keek naar de verhuismannen, die zo groot en sterk als ze waren toch heel voorzichtig met ons Hindeloopen kastje liepen. Mijn broer droeg de radio naar buiten, waarvan het altijd groene oog nu dofgrijs was, alsof hij in coma was of erger. Het snoer sleepte over straat en slingerde onder de achterklep toen hij de radio daarop zette. Mijn moeder had altijd de radio aanstaan om naar het nieuws te luisteren en het weer en de Groenteman en Moeders Wil is Wet natuurlijk, maar zodra ze de deur uit was stond mijn vader op van tafel, deed de radio uit en zei:

– Zo Binkie, effe rust, en ging weer verder zitten lezen.

Toen alles zo’n beetje ingeladen was, moesten wij ons ook klaarmaken voor vertrek want mijn broer en ik mochten met de verhuiswagen mee. Daarom ook zouden onze beide fietsen als laatste worden ingeladen. Mijn vader en moeder gingen dan met de rest van de 7 kinderen in de Renault Dauphine. Dat paste natuurlijk nooit, maar hoe dat verder ging weet ik eigenlijk niet, want daar was ik niet bij. Toen wij met de verhuiswagen vertrokken, zwaaiden we als echte landverhuizers naar de rest, die langs de stoep stond. We hadden dikke boterhammen meegekregen, dus ons kon niks gebeuren. Dat zij onderweg uitgebreid gingen eten bij Café Het Zwaantje in Maarn, dat café met al die leuke spreukentegeltjes aan de muur van de wc, wist ik toen gelukkig nog niet. Dat hoor je allemaal pas later. Ondertussen waren wij dus mooi wel als eerste aangekomen in Rotterdam en gingen wij onmiddellijk de buurt verkennen, op zoek naar onze nieuwe school. We ratelden met onze fiets over het hoge witte bruggetje naar de nieuwbouwwijk Schiebroek, waar deze school zou moeten staan en die we heel lang Kerschoten zijn blijven noemen.

Toen we thuis kwamen in ons nieuwe huis waren ze daar met de mannen van Wieger de Groot, vrienden van mijn ouders, vloerbedekking aan het leggen. Blauw in de woonkamer en grijs op de slaapkamer van mijn ouders. We liepen door het huis, eigenlijk op zoek naar onze eigen kamer. Toen die kerels onze bezweette gezichten zagen zeiden ze met een stiekem lachje:

– Heb je dorst? In de badkamer kun je wel wat drinken hoor. Het water is gratis hier.

Ik tuinde er met open ogen in en boog mij over de ronde wastafel op zoek naar de kraan en dronk. Gadverdamme wat een smerig water! Ik spuugde het onmiddellijk weer uit. Het smaakte naar slootwater met chloor. De tapijtleggers proestten het uit:

– Leuk hè, Rotterdam!

Jarenlang hebben we ons een ongeluk betaald aan waterfilters en meer van dergelijke onzin, maar de smaak van het Rotterdamse water werd nooit veel beter, tot wij er opeens aan gewend raakten en we het verschil niet meer proefden en wanneer dan iemand uit Groningen bij ons een slokje water uit de kraan nam en zich vervolgens helemaal de tering schrok van de gore smaak, dan riepen wij in koor:

– Leuk hè, Rotterdam!

Ate Vegter, 30 juli 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s