48 Bootje

Het belooft een dag te worden als alle andere, totdat Laura met de telefoon aan haar oor zich naar mij omdraait en vraagt: zullen we ze vragen voor de barbecue? Ik knik bevestigend en bepaal daarmee de loop van de verdere dag ingrijpend. We gaan boodschappen doen en breiden het lijstje uit met vlees salade en sausjes. We besluiten aan tafel te eten op de steiger aan het einde van de tuin. Dat voelt een beetje als vakantie want hier hebben we nog nooit gegeten. Ik stel de barbecue op en installeer de snelstarter, een schoorsteenachtige kolom die het vuur aanjaagt met de snelheid van het licht. Inmiddels is Elsa met Loïs, Devi en Sofieke er ook en even later waait Vincent binnen. Hij heeft zo’n beetje de hele dag met de kinderen gevaren en neemt ook hier onmiddellijk plaats in ons bootje. Dat kan nog wel even extra opgeblazen worden en als we er mee wilen varen… maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen. Eerst maar eens een glas wijn. We hebben nu genoeg niet gedronken en na een hele werkweek droogstaan vinden we dat we wel weer een glas verdiend hebben. Wit of rood? Er is ook rosé hoor. We heffen het glas en drinken – voortreffelijk. De barbecue is er dan ook klaar voor en zo ontwikkelen maaltijd en gesprek zich in een aangenaam tempo. Het smaakt beide naar meer totdat het vlees op is. Dan nog maar even de sla, ook lekker.

– Zeg, Ate, dat bootje, doet die motor het ook, vraagt Vincent dan. De buitenboordmotor die we tien jaar geleden gekocht hebben hangt sinds twee jaar in de heg omdat ik hem niet durf te gebuiken uit angst dat-ie het niet meer doet, en ik mijn arm uit de kom moet sleuren voor ik hem weer aan de praat krijg, dus ik aarzel voordat ik zeg:
– Jazeker, maar er moet wel benzine in geloof ik.
Vincent is al opgestaan en kondigt de wederopstanding van de buitenboordmotor aan:
– Kom op jongens, waar tank jij altijd, Ate?
– Eh, Texaco? Ik heb wel twee jerricannetjes. Kijk, hier.
Ik open de tuinkast en tover twee lege, bestofte jerricans tevoorschijn.
– Eén is genoeg hoor.
– Nee, we doen ze alletwee, dan kunnen we even vooruit. Ik ruik mijn kans op vooruitgang.
– We moeten even kijken hoeveel olie erbij moet.
– Dat is gemakkelijk hoor, die heb ik hier ook, kijk het staat erop, 1 op 50 is de bedoeling. We rijden met de meiden naar de Texaco en gooien de tankjes vol, nee Vincent tankt vier en negen liter in plaats van vijf en tien liter.
– Dat is lekker moeilijk rekenen, verdedigt hij zijn keuze. Kijk, zo maak je wat van het leven. Ik begin zijn stijl een beetje te begrijpen, maar zijn tempo ontglipt mij nog volledig en voor ik het weet zijn we al weer terug en is de mengsmering in de juiste verhoudingen in de buitenboordmotor gegoten.
– Zal ik even rukken?
– Dat is een top idee.
Tot mijn verbijstering slaat de motor na twee flinke halen onmiddellijk aan. Had ik maar zoveel zelfvertrouwen als mijn buitenboordmotor, flitst het door mij heen. Onvoorbereid zomaar in een keer direct aan de slag. Ik ben er nog stil van als iedereen opeens al aan boord is en ik als laatste instap, de motor draait lustig. We zitten dan met vier volwassenen en drie kinderen in ons opblaasbootje en tuffen het stinkevuil af richting Broek. Zover komt het niet maar we maken een mooi rondje rond Monnickendam. Het is een kleine safari: we zien Ans en Hans Gans, die net het gemeentehuis uitkomen op weg naar het zwembad, even later een familie zwanen, die dobberen als KLM-toestellen in flinke turbulentie als we hen voorbij zijn en dan opeens links in de weilanden Polo de haas, als een echte spring in ’t veld. Het leidt tot grote hilariteit aan boord. Dan weer terug via de trekvaart ’t Schouw – Edam en na nog een paar bochtjes zijn we weer thuis. Op het moment dat we van boord gaan en Elsa met Loïs naar huis gaat roept Vincent:
– Stuur Rick hier naartoe en zeg dat-ie mijn gitaar en het boek meeneemt. Dat is toch gezellig, draait hij naar mij.

Ik knik bevestigend en bepaal daarmee de loop van de verdere avond ingrijpend. Wanneer Rick als een complete band binnenloopt en ze zich geïnstalleerd hebben begint ons privé-concert, met als hoogtepunten: Kleine Ding, Hepatitus dat heb je dan weer nietes en Wat een prachtige neus…

Het is een zwoele avond geworden die inmiddels geruisloos is overgegaan in de nacht. Ik zucht er maar eens diep van, zo mooi is het allemaal.

Ate Vegter, 8 augustus 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s