61 Wonen in Monnickendam

Ik ben geboren in Apeldoorn en een zucht van de ziedende zee. Ach, was het maar waar. De werkelijkheid is veel prozaïscher: ik ben geboren in Apeldoorn temidden van ruisende bossen op huisnummer 24 en eigenlijk ook dat niet want ik word daadwerkelijk geboren in het ziekenhuis. Maar wel in Apeldoorn, een mooie middelgrote stad, of grote plaats, want stad mag je het eigenlijk niet noemen.

Een woonplaats van die orde van grote is eigenlijk een moeder. Ze is er altijd. Ze heeft alles wat nodig is en biedt het op tijd aan zonder veel opsmuk. Ze klaagt niet en vraagt niet, ze is wars van dikdoenerij en hovaardij, maar vindt het wel belangrijk dat alles er een beetje knap uit ziet, dat de ramen gelapt en je haren gekapt zijn en dan is er van alles mogelijk. Eigenlijk zo’n beetje net als mijn eigen moeder. Ik woon daar in Apeldoorn met veel plezier en geniet van de uitstapjes richting Groningen, want daar komen we vandaan, daar woont onze familie. Die familie woont in nog veel kleinere plaatsen zoals Meppel, Zuidlaren, Sappemeer, Marum en Kornhorn.

Zo’n vlekje als Kornhorn is net een leuk meisje: je denkt hé, wat een leuk dorpje en dan ben je er al voorbij, en zo gaat het ook met de meisjes. Je denkt, hé, wat een leuk meisje en dan is ze alweer weg. Het zijn liefdevolle bezoekjes en ik wil er maar al te graag blijven en in zo’n klein plaatsje wonen, omdat je dan iedereen kent en groet en omdat alles zo vanzelfsprekend is, maar zover is het nog lang niet, al heb ik in Sappemeer heel wat zomers doorgebracht. Ik herinner mij nog dat we een keer op de terugtocht zijn van zo’n bezoekje en dat ik van Tante Els een doosje hagelslag en een driehoekje La vache qui rit gekregen heb, lekkernijen die ik koester in mijn handen terwijl we in de donkere nacht langs de Drentse Hoofdvaart huiswaarts suizen, mijn vader zingend en met losse handen achter het stuur en mijn moeder handenwringend smekend: toe nou Derk, doe toch voorzichtig, hou het stuur vast, het is midden in de nacht… Ik ben wel iemand die dan nog even het raampje opendraait en mijn handen uit het raam steekt om de nachtelijke wind langs mijn armen te voelen razen en zo vliegt de hagelslag de donkere nacht in. Ik heb er jaren slecht van geslapen en droom er soms nog van, dat een moment zo onomkeerbaar en onherstelbaar kan zijn.

Van Apeldoorn gaan wij naar Rotterdam, een serieuze grote stad met alles erop en eraan, een feest voor een jongen van mijn leeftijd. Zo’n grote stad is eigenlijk een hoer: ze heeft van alles te bieden maar ze kost ook veel. Er moet dus hard gewerkt worden in die jaren, maar voor echte Rotterdammers is dat geen probleem, want die zeggen Amsterdam heeft het, maar Rotterdam maakt het. Geen woorden maar daden. Dan na 17 jaar Rotterdam kom ik in Leiden terecht, zie Apeldoorn (middelgroot moederachtig), en dan na twee, drie jaar in Amsterdam, zie Rotterdam, maar Amsterdam is natuurlijk de hoer bij uitstek, ze heeft nog veel meer te bieden, maar is ook duurder. En ik woon nota bene jaren lang in de Warmoesstraat, tussen de hoeren en het politiebureau. Een veiliger plek is er in Nederland bijna niet te vinden, of het moest Paleis Soestdijk zijn.

En dan gebeurt het. Zei ik niet dat ik altijd het liefst in een klein plaatsje, een kleine stad, een pitto(reske) plaats met precies de juiste omvang zou willen wonen? Dan kom ik Laura tegen, een lief meisje, geboren en getogen in Monnickendam en wanneer het enigszins serieus tussen ons begint te worden komt de vestigingsvraag aan de orde. Laura wil nog wel even in Amsterdam wonen, maar als er kinderen komen dan wordt het Monnickendam. Het wordt Monnickendam. Voor mij is de keuze helder en duidelijk: het lijkt mij heerlijk om in Monnickendam te wonen. Ik ben er dan al vaak geweest en ik verbaas mij erover dat er zo´n paradijsje bestaat vlakbij Amsterdam, waar je toch geen enkele Amsterdammer over hoort. Voor mij is zo’n kleine stad als een liefhebbende echtgenote. Ze is er, ze houdt je vast, ze heeft alles wat je je maar kan wensen en geeft dat met een grote vanzelfsprekendheid en ook met trots: het is geen dorp hoor, Monnickendam heeft wel stadsrechten. Kijk, dat is mijn karakter. Dat wordt het dus en dat is het en dat blijft het. Een Troeter van Monnickendam, wie wil dat niet zijn?

Ate Vegter, 21 augustus 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s