85 Prinsjesdag 1976

Het begint in alle vroegte. We kunnen natuurlijk niet te laat komen. Stel je voor dat de koningin met het vertrek naar de Ridderzaal moet wachten omdat de grenadiers nog niet voltallig zijn of nog niet tiptop in het uniform gestoken zijn. Ondenkbaar. Dus vertrekken we al ruim voor vijf uur ’s morgens vanuit de Saxen Weimar Kazerne in Arnhem richting Den Haag, waar we ons in een grote schemerige loods in een wat gespannen maar ook jolige stemming kunnen omkleden in het uniform der Grenadiers.

Het Regiment Garde Grenadiers loopt voorop in de stoet waarin de Gouden Koets de hoofdrol draagt. En wij zijn het Regiment Garde Grenadiers. Sorry voor alle hoofdletters. De kolbakken staan keurig in het gelid in grote gele plastic emmers met de namen erop en de kapitein der grenadiers, R.J. van Vels, weet dat vandaag zijn 15 minutes of fame gekomen zijn en hij lacht er ontspannen bij. Wij zijn in goede handen. Ik ben als sergeant-administrateur deze dag speciaal toegevoegd als garde-fotograaf en leg het hele spetakel van nabij vast met een eenvoudige doch simpele camera. Wanneer ik een al te dienstklopperige agent tegen het lijf loop die mij wil tegenhouden – ik ben in uniform – dan loop ik honderd meter terug, steek daar de straat over en vervolg mijn missie onverdroten. Een grenadier laat zich niet tegenhouden. Zo kom ik tot vlakbij de gouden koets in haar gloriedagen. Er is nog geen sprake van verval, we zijn allebei nog jong en ik kan niet nalaten onze korte affaire voor het nageslacht vast te leggen.

Het spreekt natuurlijk vanzelf, maar eigenlijk beginnen de voorbereidingen veel eerder. We moeten natuurlijk strak in het gelid lopen en alle voorkomende werkzaamheden kunnen uitvoeren in het uniform. Nu valt het dragen van de prachtige kolbak voor een sergeant-administrateur als ik nog wel mee, maar de witte handschoenen blijken bij het typewerk verraderlijk glad en daar heb ik persoonlijk heel wat op moeten oefenen voordat dat weer vlekkeloos verloopt zoals ik dat gewend ben. Het oefenen van de paradepas geschiedt buiten op de appelplaats, met kolbak en in gevechtstenue en daarna ook in vol ornaat. Het blijkt allemaal zeer bij te dragen tot de verbroerdering en saamhorigheid binnen ons korps en we willen zelfs met onze aartsrivalen van de fuseliers en jagers op de foto. Samen zullen we deze dag tot een daverend succes maken. Het is de eerste keer dat onze prins niet in uniform maar in burger in de gouden koets zit en naar later zal blijken zit hij er wat pips en teneergeslagen bij, dus van militaire zijde heeft hij wel alle bijstand nodig die wij hem gaarne bieden, want wij weten van de prins geen kwaad.

Het is verder een Prinsjesdag als alle andere, keurig in het gareel gehouden door jarenlange ervaring en beproefde protocollen. Alles is van minuut op minuut geregeld en beschreven. Maar dat is niet het geval voor ons, dienstplichtig militairen, voor ons is het de eerste en de laatste keer dat we deze bijzondere rol vervullen, zo dicht bij onze koningin en prins en ondanks de vele grappen die er gemaakt worden raakt het ons ook en is het voor verreweg de meesten van ons ook een eer, een grote eer, om dit te doen. Ik kijk er met genoegen op terug, een genoegen dat geduldig heeft gewacht tot ik het vandaag na 39 jaar met jullie kan delen. Geef acht! Leve de Koning(in)!

Ate Vegter, 15 september 1976 en 2015

http://www.atevegter.wordpress.com

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s