112 Derk

Vandaag is het 12 oktober. Dat is de sterfdag van mijn vader, Derk Vegter. Hij overlijdt op 12 oktober 1985. Dat is vandaag precies dertig jaar geleden. Ik ben dan tweeëndertig. Dat betekent dat ik nu al bijna net zolang zonder vader ben als met. Dat is niet te begrijpen en waar. Hij is altijd mijn vader geweest, ook de laatste dertig jaar. Er zit altijd maar één vader in mijn hoofd. Met al z’n humor en zorgzaamheid en geduld en met een glas wijn in de hand. Het is op een zaterdag. Mijn zus belt om een uur of tien:
– Vader is overleden.
Ik maak mijn vriendin Petra wakker en zeg:
– Papa is overleden.
Dat is raar, want ik heb hem nog nooit papa genoemd. Ik noem hem altijd pa of vader.

We kleden ons aan en gaan naar Rotterdam, naar ziekenhuis Eudokia, dat inmiddels ook al overleden is. Hij ligt in een kamertje achteraf op een bed en zijn hoofd schommelt heen en weer als je per ongeluk tegen het bed stoot. Ik heb spijt dat ik geen biertje bij me heb, want dat had hij gevraagd: Neem je de volgende keer een biertje voor me mee? Het was een grap, want hij lag al in het ziekenhuis, maar toch. Ik heb er niet aan gedacht. De dagen die komen ontwikkelen zich als in een warme deken. We zijn omringd door een wolk van onkwetsbaarheid en liefde. We organiseren alles wat nodig is. Mijn moeder merkt op: Hij ging de achtste naar het ziekenhuis, is de twaalfde overleden en wordt de zestiende begraven. Dat is zijn geboortedatum: 8-12-16. We gapen haar aan, zo is de cirkel rond. We schrijven met elkaar de tekst voor de kaart en de dienst. We komen er niet uit. Hoe hem in één zin te vatten. Dan heeft mijn moeder de oplossing: Vaders opgewekte levenshouding is voor ons een fijne herinnering. En zo komt het op de kaart.

Ik mis hem nog dagelijks, of nee, ik moet eigenlijk zeggen ik mis hem niet want hij is nog dagelijks bij mij. Ik vraag hem nog wel eens om raad:
– Zeg pa, wat vindt je daar nou van, al die vluchtelingen die maar naar Nederland komen?
Hij denkt even na en zegt dan:
– Zou jij iemand een steen geven, wanneer hij om een brood vraagt?
– Nee, natuurlijk niet. Dat staat toch in de bijbel?
Zijn gezicht klaart op:
– Je hebt het gezegd. Ken je het verhaal van de barmhartige Syriër?
– Nee, alleen van de barmha…
– Luister, jij woont toch in Monnickendam? Jullie hebben toch net vluchtelingen opgevangen? Syriërs en zo?
– Eh, ja. Ik begrijp nog niet helemaal waar hij heen wil.

– Dit is het verhaal. Er fietst een man op de Bernhardlaan en die valt. Hij kan niet echt goed meer overeind komen. Komt er een dominee langs, maar ja, die moet naar een huisbezoek en hij is al laat, dus die steekt snel over en loopt door. Komt er een pastoor langs, die hebben jullie ook toch, en die loopt ook door want over tien minuten begint de mis en hij is al laat. De arme fietser ligt nog steeds te kermen op straat. Komt er een Syriër langs, die heeft toch niks te doen, en die knielt bij hem neer en geeft hem te drinken uit een flesje dat-ie in de sporthal heeft gekregen. Bel 112, kreunt de fietser. En de Syriër pakt z’n iPhone 5c en belt 112. Even later komt er een ambulance en pikt de fietser op. Wie is nu de naaste van de fietser?

– Ja, die Syriër natuurlijk. Dat is het verhaal van de Barmhartige Samaritaan! Maar hoe verstond die Syriër Nederlands? En hoe ken jij de Bernhardlaan?
– Dat is maar fantasie jongen, maar zo is het precies, heb jij het cryptogram al af? Ik ben er nog niet helemaal uit, daar-mag-u-naar-raden, 7 letters. Weet jij hem?

Ate Vegter, 12 oktober 2015

http://www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s