116 Herfstvakantie

Het is vrijdagavond. Ik zou willen dat het een gewone vrijdagavond is, want dat is het heerlijkste moment van de week. Je rijdt naar huis met een zee van vrijheid in je hoofd: weekend, alles is mogelijk en je hoeft pas maandag weer aan het werk en maandag is nog mijlen ver weg en het voelt heerlijk als Haagse Bluf en ook even snel is het weekend weer verdwenen. Maar dit is geen gewone vrijdagavond. Het is namelijk vakantie en dat betekent niet vrij maar plannen. Plannen voor volgende week, het moet leuk worden, we mogen ons niet vervelen. Het kind moet het leuk hebben.

Om het allemaal nog erger te maken, het is herfstvakantie en er zijn weinig woorden die slechter bij elkaar passen dan herfst en vakantie. Het is net een slecht huwelijk. Je ziet ze altijd samen, maar de spanning is om te snijden. Toch komen ze niet, nee nooit, los van elkaar, het is een begrip, herfstvakantie. Het is het dieptepunt van het jaar. Het is de eerste vakantie van het seizoen en er zijn mensen, heb ik gehoord, die haar met gejuich ontvangen. Goed, zo staan de zaken erbij. Er is trouwens geen ontkomen aan. Ik zal hier niet over mijn werk beginnen, maar één ding moet ik wel even kwijt; het is godsgruwelijk ongenadig druk op mijn werk en er is dan ook eigenlijk maar één oplossing: vakantie. Genoeg over mijn werk.

Ik voel me ziek. Ik ben niet ziek, niet echt ziek tenminste, maar ik voel me beroerd, snotterig en verkouden en belazerd. Mijn hoofd zit vol en mijn neus voelt als een vuilniswagen die zijn ronde gedaan heeft en op weg is naar de vuilstort. Zo vol dat een stapel zakdoeken nog niet genoeg is. Mijn keel is een lopende band voor panadol, ibuprofen en paracetamol. Het helpt een uur of anderhalf en dan gaat alles weer op rood en moet er een nieuwe drug geslikt worden. In mijn armen voel ik spierpijn en mijn benen voelen warm en trillerig aan. Koortsachtig zou je bijna zeggen. maar ik heb geen koorts. Ik heb het niet gemeten, maar ik heb geen koorts. Dat voel ik. Ik zei, dat voel ik. Ik ben ook kort aangebonden, maar er is niemand in de buurt dus dat is niet erg.

Sofieke is net naar een verjaardag waar ze blijft slapen. Dat is ook zoiets, dat betekent dat mijn hele begin-van-de-avondritme zoek is. Niks tandenpoetsen, naar bed brengen en voorlezen. Waarom zou je voorlezen als er niemand luistert? Maar wat dan te doen, dat bedoel ik, die leegte. Drinken, dat lost alles op. Ho, ho, waren we niet naar de AA geweest? Nee, we zijn niet naar de AA geweest, maar eerlijk gezegd hebben we wel de hele week niet gedronken. Geen druppel. geen wijn. En nu in het weekend mag het wel weer. Maar het smaakt niet als je je ziek voelt.

Er is maar één lichtpuntje in de donkere oktobernacht. Morgen is er weer een dag. Morgen gaan we samen naar mijn geliefde mademoiselle Bourgeois. De gedachte aan haar doet mijn gedachten drijven op de wolken in het licht van de eeuwige zon. O, wat fijn je weer te zien, zeg ik. Ja, fluistert ze, wat heerlijk dat je er bent, jij bent altijd zo complimenteus. Is dat je trekhaak of ben je echt zo gek op mij? Jij klaagt eigenlijk nooit, jij. Ik krijg het warm en mijn stem klinkt hees als ik tegen haar zeg: Ja, wat attent van je dat je dat opmerkt. Ik heb zo’n hekel aan mensen die alleen maar klagen. Ga je mee een stukje rijden?

Ate Vegter, 16 oktober 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s