117 Mijn jongste broertje

Je denkt er wel eens over na, maar je verwacht toch niet dat je jongste broertje dan het eerst aan de beurt is, zegt mijn broer. Het duurt even voor ik mij realiseer dat hij met ‘je jongste broertje’ mij bedoelt, maar dat kan toch moeilijk anders, want ik ben zijn jongste broertje en wel de enige. Zijn twee andere broers zijn ouder. Technisch is hij ook mijn jongste broertje, maar zo noem ik hem nooit want hij is twee jaar ouder en twee meter breder dan ik. Ik besluit toch om opheldering te vragen:
– Hoezo?
– Nou ja, kijk. Pa is in ’85 overleden en ma in 2010 en dan denk je onwillekeurig wel eens, wie van ons nu het eerste aan de beurt zal zijn.
– Aan de beurt voor wat?
– Om dood te gaan natuurlijk, dat snap je toch wel?
– En jij denkt dat ik als eerste doodga, omdat ik nu kanker heb.
– Eh, nou ja, eh, het zou kunnen, toch? Het helpt in ieder geval niet als je kanker hebt.
– Mijn levensverwachting is 76,75 jaar broertje, net als die van jou.
– Hoe kom je daarbij?
– Tel de leeftijd van je ouders en je opa’s en oma’s op waarbij je je ouders dubbel telt. Dat deel je door acht en dan weet je hoe oud je wordt.
– 42 plus 88 plus 86 plus 78 plus 2×68 plus 2×92 = 614 : 8 = 76,75.
– Dat zeg ik.
– Dus jij wil zeggen dat wij allemaal even oud worden.
– Nee, ik zeg dat wij allemaal dezelfde levensverwachting hebben.
– Maar Koene leeft heel gezond en jij hebt altijd gerookt, bijvoorbeeld.
– Koene loopt hard. Dat is link. En ik zit veel binnen, daar wordt niemand aangereden. Dat compenseert elkaar wel zo’n beetje.
– Maar jij hebt kanker.
– Fijn dat je zo duidelijk bent. Ik heb kanker, ja maar ik heb prostaatkanker, dat is zo ongeveer de luiste kanker die ik ken. Je zou over prostaatkanker hetzelfde kunnen zeggen als wat er vroeger op mijn schoolrapport stond: Prostaatkanker is veel te lui en te slordig, of bijvoorbeeld op mijn rapport van de zesde klas: Prostaatkanker zal bij Ate heel hard moeten aanpakken anders is hij dood voor hij aan prostaatkanker doodgaat.
– Je moet er niet mee spotten, zegt mijn broer.
– Ik spot niet, ik reken. Ik bereken mijn kansen. Kijk, ja ik ben ziek, maar ja, ik ben ook geopereerd en de PSA-waarde is nu 0,07. Dat is heel laag, maar hij was eerst 0,01, 0,04 en 0,05, dus hij stijgt. Daarbij is de verdubbelingstijd heel belangrijk. Ik ben nog niet zomaar dood, maar de tijd dringt.
– Ik begrijp er niks meer van.
– Dat geeft niks. Het gaat erom dat je niet zomaar kan zeggen dat ik als eerste doodga omdat enz. Iedereen kan morgen dood zijn. Jij kan ook morgen onder een tram komen. Niet dat ik je dat gun, maar je weet het niet van te voren en dat is maar goed ook. Wat veel verontrustender is, is dat áls we zo oud worden als ik net heb uitgerekend, we ook niet veel tijd meer hebben. Ik veertien jaar en jij nog twaalf jaar.

wordt vervolgd

Ate Vegter, 17 oktober 2015

Advertenties

3 Comments

  1. Wat een fijn open en eerlijk gesprek met je broer is dit. Dat sommetje met je ouders en je grootouders kende ik nog niet. Ik hen die sommetjes ook wel eens anders gemaakt. Als ik zo oud word als mijn vader en moeder, heb ik nog 18 jaar, maar ga ik de weg van mijn tweede echtgenoot, dan heb ik er nog vijf. Je weet immers nooit wat je op je levensweg tegenkomt? Gelukkig rook ik niet, dat scheelt, maar ik ben wel wat te zwaar en heb hoge bloeddruk (heb ik pilletjes voor, dank u) en volgens de laatste bevindingen zou dat dan weer kunnen leiden tot vier jaar minder overleven. En zo’n PSA-waarde kan zomaar ineens ook weer gaan dalen, dat heb ik bij mijn vader gezien. Waarom? Dat wist niemand. Hoe is dat nu bij jou?

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s