119 De boodschap van Alje

Het verhaal is zeker nog niet af. Het is net begonnen. Ik schrijf mijn stukje, elke dag ééntje, over vroeger en over nu in een ongeordende mix van inspiratie en herinnering. Ik weet goed waarover ik niet schrijf en verder schrijf ik over alles. Na zes stukjes denk ik, waar zal ik nu eens over schrijven en dat blijft een vraag die sindsdien – ook na 119 stukjes – permanent in mijn hoofd hangt. En steeds weer is er een onderwerp met een haakje of twee, drie waaraan ik het verhaal kan ophangen. Ik ben gul tegenover mijzelf en ben niet zuinig op mijn onderwerpen. En ik hoef elke dag maar één stukje te schrijven, dat is mijn enige troost. Wat is uw enige troost, beide in leven en sterven? Dat ik maar één stukje hoef te schrijven. Toch loop ik een keer vast. Ik ben moe en ik heb geen zin meer en ik bel Alje:
– Kan het iets minder misschien, dat ik bijvoorbeeld alleen op werkdagen schrijf?
Alje blijft heel kalm wanneer hij zegt:
– Het lijkt me niet goed om het ritme te veranderen. Dan is het zo afgelopen.
Ik begrijp zijn boodschap en ga weer aan de slag.

Op mijn werk is er ondertussen een regeling individueel loopbaanbudget, een regeling die bijna afloopt en waar ik nog 1500 euro op heb staan die ik voor 1 januari moet inzetten. Daarna vervalt alles. Ik besluit van dit geld een schrijfcursus te gaan doen bij de Schrijversvakschool. Tenslotte wil ik na mijn pensioen van mijn pen gaan leven en je moet ergens beginnen. Romanschrijven, dat lijkt mij wel wat, want die korte verhalen, dat ken ik nu wel, maar ik wil leren hoe een plot op te bouwen en karakters te ontwikkelen. Ik raak nu al in de stress als ik de naam van de protagonist moet verzinnen. Willem, Erik, Jeroen, Age, Aldert, Abe, Wobbe en Wiebe, Karel en Koene, Bob, Bep en Brammetje, o nee, dat is al gedaan. Fictie is echt niet aan mij besteed, maar in mijn autobiografsche verhalen zitten wel veel fictieve elementen. Die verzin ik niet, die bemoeien zich er zelf mee, welkom of niet. Maar de vraag of iets echt gebeurd is of dat ik het heb verzonnen irriteert mij in hoge mate.

Ik ben nu twee keer op schrijfles geweest. Het is inspirerend en geeft mij een hele nieuwe kijk op mijn tektsen, want dat blijkt het toverwoord. De tekst bepaalt wat er moet gebeuren. De schrijfmeester die sterk aan Steve Buscemi doet denken is gedreven als een ouderling die over het Woord praat, wanneer hij over de tekst begint. De tekst is heilig. Als je het moet uitleggen ben je al verloren. Mijn teksten zijn geen verhalen maar schetsen. En het is geen verhaal omdat er geen ontgoocheling is. Weet hij veel. Er moeten contouren van ontwikkeling ontstaan tussen de ik, de vader, de moeder, de wereld en de kerk. Help mijn hemel, ik denk dat ik gewoon mijn herinneringen aan het opschrijven ben. Zoals Annie Schmidt in haar treffend getitelde boekje Wat ik nog weet. Ik schrijf ook alleen maar wat ik nog weet. Nee, nee, nee, een paraplu heb ik nodig, de paraplu van de oudere, wijzere ik die zichzelf uitvindt. Er moet reflectie zijn, hij wil weten wie hij is en waar hij vandaan komt. Ik moet groeperen en sorteren. Ik leg voorzichtig uit dat ik de verhalen uit het verleden, eh, de stukjes over het verleden, de schetsen bedoel ik, op chronologische volgorde heb gesorteerd. Hij kijkt mij aan of ik de domste opmerking in de geschiedenis van zijn lesgeven heb gemaakt:
– Ik ben niet geïnteresseerd in chronologie. Dat doet er niet toe. Je moet themátisch sorteren: váderverhalen, móederverhalen, íkverhalen, kérkverhalen.
Er begint een aarzelend begrip op mijn verder nog kale naaktstrand aan te spoelen. Het ligt daar nog eenzaam en verlaten. Geen spelende kinderen of dartelende borstjes die zich er omheen verdringen. Alleen maar zand. Alleen maar een eenzaam vaag begrip. Het zou misschien wel eens ergens over moeten gáán, misschien moet het wel ergens héén! Zo heb ik er nog niet over nagedacht. Het moet trouwens Perzik heten, zegt hij tot besluit over het verhaal dat eerst Vruchtgebruik heet en daarna Fruit en ik weet onmiddellijk dat hij gelijk heeft en waarom. Het is mijn hoer, mijn Perzik van de sterfelijkheid.

Ate Vegter, 19 oktober 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s