126 Tienen

Achter het laagland van mijn onvoldoendes doemde op mijn rapporten een zachtglooiend heuvellandschap op van zevens en achten. Ze waren er wel, maar je had wel een verrekijker nodig. In de jaren dat ik op de lagere school en de Mulo heb gezeten heb ik op mijn rapport nooit een negen gehaald, behalve op het eindexamen. Toen had ik er opeens twee, voor algebra en aardrijkskunde. In totaal haalde ik op mijn eindexamen gemiddeld een 7,5, terwijl ik op mijn laatste rapport gemiddeld een 6,4 scoorde. Dat kwam omdat ik die laatste drie maanden bedacht dat het handig zou zijn als ik mijn examen zou halen, omdat ik dan niet nog een jaar op de Mulo hoefde te zitten. Dat is dus gelukt en op de Havo en de Pedagogische Academie ging het verder eigenlijk allemaal vanzelf wat dan ook weer niet interessant is. Dat kun je van de Mulotijd niet zeggen. Ik sleepte mij eigenlijk van les naar les, met in een woestijn van saaiheid maar een paar uur per week die mij goed lagen, zoals algebra, meetkunde, fysica en bijbelse geschiedenis, want daar was ik heel goed in en achter het zachtglooiende heuvellandschap van zevens en achten waren dan weliswaar geen negens te bekennen, maar wel heb ik in mijn hele schoolcarrière drie keer een tien gehaald. De eerste kreeg ik voor fysica. Ik vond het nemen van proefjes erg leuk en had van nature denk ik een experimentele instelling; hoe groter het risico op een ontploffing, hoe leuker ik het vond. De elektriseermachine met haar onweer en bliksem en de Maagdenburger halve bollen prikkelden daarbij mijn ontluikende jongensfantasieën. De tweede tien kreeg ik ooit voor bijbels geschiedenis. Dat was echt geen prestatie want alles wat ik dienaangaande op school moest leren had ik in de kerk, op catechisatie en de vereniging al zeventig maal zeven maal gehad. Ik kon die bijbel echt wel dromen en nog trouwens. De derde tien die ik ooit kreeg leverde mij een expliciet compliment op van de adjunct-directeur van de Pedagogische Academie, want het was op het eindexamen van deze broedplaats dat ik een tien haalde voor tekstverklaring bij het vak Nederlands. Ik was daar heel erg trots op want het was nog niet eerder voorgekomen. Des te schrijnender was dan ook het feit dat ik slechts een vijf kreeg voor mijn opstel. Het onderwerp dat ik gekozen had was Zonder geloof vaart niemand wel, waar ik in die tijd wel uren over kon dooremmeren en nog trouwens, maar ik wist niet dat het de titel van een boek van Kuitert was. En nu hadden ze de godsdienstleraar, ik zal zijn naam nog maar even noemen, Van Reeven, om raad gevraagd en die beweerde dat ik me dus niet aan het onderwerp had gehouden en ja dan is het dus nooit meer dan een vijf. Ik heb deze godsdienstleraar nooit meer aangekeken, wat nog een hele toer was, want hij woonde vlak achter ons op de Emmalaan. Nou ja, ik ben er eigenlijk nooit helemaal overheen gekomen en van tijd tot tijd ga ik dan maar weer in therapie om er over te praten, zodat nog meer mensen eraan kunnen verdienen, zonder dat ik er zelf iets aan heb. Laat dit nu maar de laatste keer zijn dat ik het verhaal vertel, dan zet ik er een dikke streep onder. Een vijf! Allemachtig! Wat denkt die man wel. Die Kuitert, daar werd in onze eigen vrijgemaakte kerk behoorlijk voor gewaarschuwd, want zo’n moderne theoloog is natuurlijk nog veel gevaarlijker dan honderd heidenen bij elkaar. Geen wonder dat ik nooit iets van hem gelezen had en bovendien, waarom zetten ze het er niet gewoon bij als dat dan zo belangrijk is. Nou ja, dat is dus de geschiedenis van mijn tienen en zo zie je maar, een hoogtepunt komt zelden alleen. Misschien ben ik er nog niet helemaal overheen. Dan kom ik er later nog wel op terug.

Ate Vegter, 26 oktober 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s