136 Weerstand

Wat is je weerstand? Hoe bedoel je wat is je weerstand, ik voel helemaal geen weerstand! Nou ja, eh, ik voel wel weerstand. Wil je erover praten? Nee hè, dat soort gesprekken. Je kent ze wel. Mijn weerstand is mooi uitgelopen van veranderlijk naar mooi weer, maar als ik naar buiten kijk dan is het onveranderlijk bewolkt met de regendruppels nog op de ramen. Toch lijkt het voor het weekend allemaal goed te komen, hoorde ik van de week al in de wandelgangen en wat is het toch ongelofelijk zacht voor de tijd van het jaar. Nou, dat is eerlijk gezegd wel waar want je kunt nog bijna buiten zitten en – je kunt natuurlijk altijd buiten zitten, dat begrijp ik ook wel, maar als ik zeg je kunt nog bijna buiten zitten dan bedoel ik natuurlijk niet dat je met je stappers in de sneeuw zit, hoewel dat ook al weer veel te lang geleden is en hoog tijd deze winter voor een witte kerst en een elfstedentocht in januari, desnoods februari – maar dat terzijde. Laat ik niet op de zaken vooruit lopen. Het ging er eigenlijk over dat het nog zo aangenaam zacht is terwijl we al bijna bij Sint Maarten en Sinterklaas zitten. Ik kan echt nog niet denken aan surprises en schoen zetten en pepernoten, dat is nog veel te vroeg. Ik voel er een soort weerstand tegen. O ja, daar hadden we het over: weerstand.

Weerstand is natuurlijk heel iets anders dan geen zin. Geen zin is dat je iets moet doen terwijl je liever in de stoel blijft zitten. Ik doe het niet, ik heb er geen zin in, ik blijf zitten, of nog erger: ga jij maar. Nee, weerstand is dat je juist wel opstaat, maar dat het voelt alsof je bent blijven zitten. Dat je opstaat en gaat doen wat je moet doen – vaak is er een element van moeten bij betrokken – en dat je dan voelt dat alles in je zich ertegen verzet. En je weet eigenlijk niet eens goed waarom, want dan had je wel gewoon geen zin gehad, maar dit is totaal anders. Dit is weerstand. Weerstand heeft met je toestand te maken. Weerstand hoort bij opstand en bijstand en tegenstand. Zo gezellig als al die woorden lekker samen in de bestekla liggen en je kunt er zo een handje uithalen. Opstand omdat je niet wil, bijstand omdat je geholpen wil worden en tegenstand omdat je alleen maar verzet voelt. Erover praten helpt en erover schrijven helpt ook, maar praten helpt beter, omdat er dan iemand is die af en toe knikt en er is in het leven bijna niets beters dan iemand die luistert, af en toe knikt en die je begrijpt. Meer is niet nodig. Niet iemand zoals ik die gelijk met z’n eigen verhaal begint, nee, echt iemand die de tijd en de ruimte voor je heeft of neemt, wat je zelf meestal niet hebt als je in de weerstand zit. Ach, iedereen zit daar toch wel eens en als je opstaat en je wenkbrauwen optrekt dan ben je er vaak ook zo weer uit, maar soms helpt het wel even om je hart te luchten, zeker als er dan nog iemand luistert of leest. Daar kan ik heel erg blij van worden en de dag met vreugde tegemoetzien, zeker als het weer dan ook nog een beetje opknapt, zoals mijn barometer belooft.

Ate Vegter, 6 november 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s