138 Polo de Haas

Vanavond ben ik naar het Concertgebouw geweest. Naar de Kleine Zaal, dat wel. Gisteren de Kleine Komedie en nu alweer de Kleine Zaal. Wanneer ga ik toch eens groots en meeslepend leven? Morgen misschien. We waren met z’n zessen. We kennen elkaar al 35 jaar. We waren collega’s in de jaren tachtig en zijn vrienden geworden in de loop der jaren. Met een van de zes heb ik zelfs tien jaar samengewoond. Ze is mijn ex en nu zijn we vrienden. Zo mooi gaat dat soms. We hebben samen een aantal voorstellingen en concerten uitgezocht dit seizoen. Dit is de tweede avond. We gingen vooraf eten bij Brasserie Keyzer, u weet wel, naast het concertgebouw. Het eten was lekker en de entourage was buitengewoon barmhartig. Het is zo lang geleden dat ik temidden van heel veel mensen weer eens een van de jongsten was. En hier was ik dat gemakkelijk. Iedereen om ons heen was grijs of wit en traag. En ook vriendelijk, maar wij waren echt het tafeltje met de jongelui. En dat is echt zoo lang geleden kan ik u verzekeren, het maakte mijn hele avond goed. En ik was in aangenaam gezelschap en het eten was lekker, niet verrassend heerlijk of subtiel of verfijnd maar wel gewoon lekker. Des te schrijnender dat ik dan toch iets moet zeggen over de rekening. Die viel mij niet tegen qua totaal, maar wel stond er kraanwater op ten bedrage van vijftien euro. Daar geef ik niks om maar het is gewoon jammer en dat in mijn stad! Ik sprak erover met de ober:

– Is het kraanwater?
– Het is gemineraliseerd.
– Door jullie zelf, hier?
– Ja.
– Het water komt gewoon uit de kraan?
– Ja, uiteindelijk wel ja.
– En dan reken je vijf euro per karaf?
– Het is voor het goede doel.
– Je kan me wat.
– Nou zeg! Ik heb het niet bedacht!

Ober beledigd. Vond ik wel weer grappig. Hij kan er ook weinig aan doen, maar ik vind het raar dat een van de mooiste gelegenheden in Amsterdam dat doet en verder zeg ik er niks meer over.

Na afloop van het etentje moest de avond nog beginnen en liepen we naar de buren waar Polo de Haas voor ons zou optreden, in de Kleine Zaal. Het is zo onrechtvaardig om steeds alleen Polo te noemen, want hij speelde de hele avond samen met Kees Wieringa. Kees Wieringa lijkt op een vastgelopen morf tussen W.F. Hermans en een skileraar en Polo de Haas lijkt eigenlijk het meest op Polo de Haas. Vriendelijk grijzende krullen en mooi rechtop zitten. Ze speelden samen het Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Ik weet niet of je dat wel eens gehoord hebt, maar zo niet dan moet je het onmiddellijk opzoeken op Spotify of zo, want het is een fantastisch stuk. Het duurt ruim twee uur. Dat valt heel erg mee want Simeon heeft het in drie jaar gecomponeerd (1976 – 1979) en daar hoor je dus maar een klein beetje van. Het is wat ik vroeger maandagmiddagmuziek noemde, maar wat eigenlijk minimal music is en wat ik nu ervaar als een bijzondere reis. Het gaat maar door in een bepaald thema met tal van variaties, het is steeds hetzelfde en toch anders en als je twee uur blijft zitten ga je vanzelf alfagolven produceren of zoiets. Ik werd er helemaal rustig van en ging op een gegeven moment zelfs verbonden ademen, wat niet zo vaak voorkomt in de hectiek van alledag. Ik kwam nog even is een soort van inner flute ervaring, maar dat was ook zo weer weg. Wel kreeg ik het gevoel dat het van mij eeuwig zou mogen duren deze muziek. Het eindigde even abrupt als dat het begon en ik heb nog nooit zo’n lange stilte gehoord voordat het langdurige applaus begon. In trance reed ik naar huis. Ik had alles weer op een rijtje en maakte mij niet meer druk over de prijs van kraanwater of andere banaliteiten.

Ate Vegter, 8 november 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s