180 De oude melkboer

In de eerste jaren dat wij in Rotterdam woonden kwamen de melkboer en de bakker nog gewoon aan huis. En verder de scharensliep, die serieus één keer in de zoveel tijd alle messen kwam slijpen. Ik maak het nu nooit meer mee dat iemand messen slijpt, maar bijna iedereen heeft wel een messenslijper in de la liggen. Komt dus niet meer aan de deur. En dan was er een man die allerlei huishoudelijke artikelen verkocht, de Blokker op wielen. Hij kondigde zichzelf altijd luidkeels aan door met een eentonige maar doordringende stem zijn artikelen aan te prijzen: Ramenzemers drie gulden, sponzenknijpers, twee vijftig!

De prijzen weet ik niet meer maar het waren beslist ramenzemers en sponzenknijpers die hij verkocht. Hij kwam aanrijden met een bakfiets vol bezemstelen, met dat soort handige dingen eraan, die ook gretig aftrek vonden want de mensen hadden thuis vermoedelijk alleen nog maar een dweil, een emmer en een spons en zeem, wat hij ook verkocht, maar de hippe artikelen waren gesteeld. Verder kwamen er nog drie types langs, namelijk de schillenboer, de groentenboer en de aardappelboer, die een echte auto had met een hele schuine wand, waarin de verschillende aardappelen werden aangeboden.

Ik vergeet nog de kolenboer, waarbij wij nootjes vier bestelden, behalve in de jaren na het overlijden van meneer Schroot, want toen de weduwe Schroot verhuisde mochten wij haar hele kelder met cokes leeghalen en daar hebben wij jarenlang onze kachel op gestookt. Bij elkaar zijn dat dus acht gasten die hun geld langs de straat verdienden. En eigenlijk zijn het er tien, want iedereen weet dat ook de vuilnisman langs de deur komt en in Rotterdam kwam er in de beginjaren, voor de introductie van de vuilniszak ook nog iemand achter de vuilnisman aan, die dan de vuilnisemmers schoonmaakte, maar daar maakten wij geen gebruik van want daar moest je apart voor betalen. En zoals mijn vader zei, we spreken alle talen, behalve betalen.

Van die tien gangsters komt alleen de vuilnisman nu nog steeds langs de deur. Maar onze melkboer verdient wel een eervolle vermelding, want het was een hele oude melkboer en een hele vrolijke. Hij kwam altijd samen met zijn zoon, of als je zijn zoon de hoofdrol geeft dan kwam de melkboer altijd met zijn vader, dat doet er niet toe. Die zoon was saai en die vader heel vrolijk en hartelijk en spraakzaam. Zo zie je maar dat de soorten zich niet alleen maar ontwikkelen maar af en toe ook een terugval hebben. In het begin verkochten ze nog losse melk en je ging dan met een grote aluminium pan naar hem toe, noemde het aantal liters en hij tapte dan uit een heel vat steeds halve litermaatjes, tot de gewenste hoeveelheid. Daarna moest je met de klotsende pan het huis weer zien te bereiken.

Later kwamen de flessen en kratten met veel herrie en minder romantiek. Die melkboer kwam in een blauwe Volkswagenbus. De oerbus bedoel ik: de T2 denk ik, misschien zelfs wel de T1. Er zat in ieder geval een spijltje in de voorruit. Hij woonde ook bij ons in de buurt, op de plek waar vele jaren later mijn moeder woonde, maar voor die moderne tijd stonden daar nog kleine boerderijtjes, waar onze melkboer woonde, en waar je gemakkelijk ’s avond nog even langs kon gaan voor een liter melk of twee eieren, net wat je maar nodig had. En al zaten ze aan tafel, ze hielpen je altijd, de zoon in stilte en de vader met een jolige opmerking. De vader is dood, de zoon is dood, de boerderij is platgegooid. Mijn moeder, die er daarna woonde, is dood en de blauwe VW bus… ach weet je, het is vijftig jaar terug. Niemand denkt er nog aan.

Ate Vegter, 20 december 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s