181 King Corn

Ik heb in mijn jeugd heel wat bijbaantjes gehad, van bakkershulp tot schoenmakersloopjongen en van krantenbezorger tot hotelklerk. Mijn eerste baantje was bij een melkboer, niet onze eigen melkboer want die hadden als vader en zoon geen hulp nodig maar bij de melkboer van Hillegersberg. Op den duur weet je al welke klant wat zal kopen en soms, als ze niet thuis zijn, hangt het af van wat ze buiten op de stoep hebben gezet. Meestal staat er dan een rekje of een fles met een briefje erin, maar soms ook alleen een fles.

Ik moest daar aan denken een paar weken geleden tijden de opleiding Lean management, continu leren en verbeteren. The Milkman blijkt een serieuze werkstrategie te zijn. Je produktie hangt af van de bestelling die je afleest van wat er neergezet wordt. Een lege fles is een volle fles melk en een lege halveliterfles is een volle halve liter vla bijvoorbeeld. En een lege fles wijn, zoals Guus Meeuwis zingt, is lelijk taalgebruik. Dat moet een lege wijnfles zijn, maar dat valt niet goed in het ritme. In ieder geval heb ik die melkboerenhondebaan wel een paar jaar met veel plezier gedaan en van mijn eerste verdiende geld heb ik bij Vroom en Dreesmann een serieus horloge gekocht van 25 gulden.

Ik had toen al het gevoel dat V&D een hele suffe winkel was, waar ze gewoon wel alles hebben, maar meer ook niet. De Hema was toen nog niet echt in z’n glorietijd, maar was wel beroemd om zijn worst en de glycerinezeep – gele doorzichtige zeep die heel erg lekker rook. Later werden ze nog populairder en nog later echt hip en nu zijn ze weer gewoon handig.

Mijn tweede baantje was bij een bakker in Schiebroek. Het voordeel was dat dat dichterbij was. Hij startte vanaf de Straatweg, waar de grote bakkerscentrale van Van der Meer en Schoep zat. Het was de tijd van de opkomst van het fabrieksbrood en heel populair was het zogenaamde Zweedse Wittebrood van King Corn. Dat Zweeds had een associatie met de droppings in de Tweede Wereldoorlog. Iederen vond dat brood toen heel lekker totdat bruin en donkerbuin brood populair werd en witbrood klef en ongezond werd gevonden. Ik vind het nog steeds heel lekker, zeker met roomboter en overjarige kaas, maar goed. Ik merkte al snel dat het werk van de bakker veel minder zwaar was dan dat van de melkboer en brood ruikt veel lekkerder dan melk. En het waren vreemd genoeg ook veel leukere klanten. Mensen die meer van het leven genoten. Je kunt je daar wel iets bij voorstellen.

Het was in de tijd na de grote sanering van de bakkerswijken in Rotterdam. Daarvoor liepen er verschillende bakkers in een wijk met elk hun eigen klanten. Dat was wel gezellig, maar niet erg economisch en ja de moderne tijden waren aangebroken, dus alles moest beter. En zo kreeg elke wijk zijn eigen bakker en elke bakker zijn eigen wijk. Dat betekende dat veel bakkers nog erg moesten wennen en hun handen vol hadden aan het leren kennen van hun klanten en een loopjongen goed konden gebruiken. Het waren gouden tijden voor de bijbaantjes. Al die mensen kangs de deur zijn nu verdwenen. En wie een bijbaantje wil – en iedereen heeft er een nodig om z’n iPhone te betalen – werkt het liefst in de kroeg of in een restaurant. Dat vinden wij dan ook weer leuk, want we gaan graag eten bij Van de Valk, zeker als we daar bediend worden door Dennis én Jeroen, zoals de laatste keer het geval was met Sofieke.

Ate Vegter, 21 december 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s