198 Bril

Ik kwam vroeger nogal regelmatig bij de opticien, moet ik eerlijk zeggen. Ik beperkte door mijn gedrag de levensduur van mijn brillen in ernstige mate en werd daardoor een vaste klant. Ik droeg al een bril sinds mijn zevende. Dat was nog in Apeldoorn, maar daar weet ik hoegenaamd niets meer van. In Rotterdam begon het gedonder in meerdere opzichten en dus ook met mijn brillen. In de eerste plaats was daar de normale regelmatige oogcontrole bij de oogarts. Ik ging altijd bij mijn moeder achterop de fiets naar oogarts Van Calcar op de Bergweg. Dat was heel spannend, want er was weliswaar een gewone wachtkamer, maar de spreekkamer was niet zoals bij de tandarts een helverlichte kamer, maar een donker hol met spannende lichtblokken aan de muur, waarop letters in alle leesbare en onleesbare afmetingen. Ik moest dan in de stoel gaan zitten en alles voorlezen wat hij aanwees terwijl hij draaide aan de lenzen op de buitenaards grote bril die voor mijn neus zweefde. Meestal kwam ik uit op min 7 min vier, met cylinder, maar het fluctueerde wel een beetje in de loop der jaren en nu zit ik bijvoorbeeld op min 6.5 en min 2.75, met leesglaasjes. Goed, met het recept gingen we dan naar de opticien aan de Kleiweg, Hans van Dorsen, die er een mooi montuur omheen verkocht en dan was ik weer het heertje. Een nieuwe bril geeft toch altijd een gevoel alsof de wereld er enorm op vooruit gegaan is. Zeker als je de laatste dagen in vage sneeuwbeelden hebt moeten rondtasten. Hoe heerlijk was het dan om alles weer scherp te zien. En dat ging dan heel lang goed, tot zal ik maar zeggen, het volgende incident. Dat kon allerlei oorzaken hebben: boosheid, stoer gedrag, bravoure, slordigheid, of, wat ik zelden haalde, normale slijtage. Ik moet bekennen dat – en ik zeg het niet graag – ik zelfs een keer een bril in blinde woede doormidden heb gebroken, puur omdat – en ik zeg het niet graag – ik wist dat dat veel geld kostte. Je handicap gebruiken als machtswapen, dat was het eigenlijk. Een andere keer stond ik te dansen op het bed van mijn ouders – Sofieke doet dat nu ook soms en ik hou iedere keer mijn hart vast – en toen verloor ik mijn evenwicht en ik kletterde tegen de commode aan. In de commode stak een steutel en ik was met mijn bril precies tegen die sleutel aan gekomen. Glas kapot, drama, oplossing, opticien. Ik dus met de kapotte bril en mijn vader naar de opticien, die zei:

– We zullen er onbreekbaar glas inzetten.

Dat was heel hip toen, gewoon kunststof natuurlijk, maar toen heette dat onbreekbaar glas. Later begonnen ze ook met dunner glas en ontspiegeld glas en gekleurd glas en van alles, maar toen stond ik nog met de opticien in de kinderschoenen. Hij keek de bril na en keek nog eens, pakte het recept erbij en de vorige factuur en zei toen verbaasd:

– Verhip, krijg nou wat, er zit al onbreekbaar glas in! Hoe heb je dat voor mekaar gekregen?

– Ik ben door de commode aangevallen.

– Nou, dan heb je wel geluk gehad, want als er gewoon glas in had gezeten, was je wel je oog kwijt geweest.

– Dan had ik tenminste nog ergens koning kunnen worden.

– Ja, maak er maar een grapje over, kleine snotaap.

Nu vond mijn vader het wel tijd worden om ter zake te komen en gingen we een montuur uitzoeken en kreeg ik ook die keer een nieuwe bril.

 

Ate Vegter, 4 januari 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s