201 Een Gezellige Krant

Een van mijn eerste baantjes was een krantenwijk. Van krantenjongen tot miljonair leek mij altijd al een mooi pad en ik ben al aardig op weg. Tenminste, dat is te zeggen, de tijd van krantenjongen ligt al vele jaren achter mij en het wordt nu tijd dat de miljonair in zicht komt. We geven het nog even. Ik bezorgde in die jaren, we hebben het over midden jaren zestig, De Rotterdammer. Dat stond ook op de fietstas: De Rotterdammer, Een Gezellige Krant. De Rotterdammer vormde samen met de Nieuwe Haagsche Courant, de Nieuwe Leidsche Courant en het Dordts Dagblad Het Kwartet, waar ik verder allemaal niets mee te maken had, maar ja, zoals je dingen vergeet die je eigenlijk zou moeten onthouden, onthoud je van alles wat je best had kunnen vergeten. Daaraan kun je goed zien dat het geheugen geheel zelfstandig opereert en zich niets laat influisteren door hogere machten.

De Rotterdammer was een avondkrant. Ik fietste tegen vijf uur naar het einde van de Ringdijk, waar het uitgiftepunt was, voor de deur – en bij regen achter de deur – van een schoenmaker. Het is dat witte huis op de hoek van de Ringdijk, Adrianalaan en C.N.A. Looslaan. Die laatste vermeld ik alleen omdat dat zo’n mooie naam is. C.N.A Loos was de oprichter van het Plaswijckpark, daar om de hoek. Mijn wijk lag in Schiebroek: Asserweg, Donkersingel, De Pintostraat, Josephus Jittastraat enzovoort. Ik vond het leuk werk. Op zaterdag kwam de krant aan het begin van de middag. Ik ging dan vlak na het eten op weg. Wanneer we in de winter kapucijners met spek aten, dan verzamelde ik zoveel mogelijk spekjes en zwoerdjes en nam die mee in een plastic zakje, om ze tijdens de bezorging op te knabbelen.

Hoogtepunt van de week was de woensdag, want dan werd er betaald. Ik fietste dan naar de Schiedamse Vest, vlak bij de Witte de Withstraat, waar toen Trouw gevestigd was en daarna in hetzelfde gebouw het Algemeen Dagblad. In het hofje van de Schiedamse Vest was een loket met daar achter zoals het hoort bij betalen een barse dame, want van de hele dag geld uitgeven wordt niemand gelukkig, al denken velen het tegenovergestelde. Zij was ieder geval zeer kortaangebonden. Dat nam niet weg dat ze mij elke week vrolijk maakte, want nu kon ik met geld de stad in, platen kopen en kleren. Boeken kwam pas later. Het spreekt vanzelf dat het geld contant werd uitbetaald, want zo gebeurde dat toen nog overal, ook mijn vader en mijn broer kregen op vrijdag hun loonzakje.

Aan het eind van het jaar was het tijd voor het rondbrengen van de Nieuwjaarswensen. We kregen een keurig afgepast stapeltje Nieuwjaarskaartjes en mochten die bezorgen bij onze abonnees. Het was nog voor de tijd van fraude en roof en andere malversaties. Het was nog de tijd van Thijs en Thor en Robbedoes en je kreeg meestal een of twee kwartjes en als je geluk had een gulden en heel zeldzaam was een rijksdaalder. Soms kreeg je gewoon wat iemand toevallig aan kleingeld in zijn portemonnee had. Maar de abonnee die ik me nog het beste kan herinneren woonde in de Loderstaat, achter de Asserweg. Hij deed de deur open, pakte het kaartje aan, liep weg, kwam na lang wachten terug en drukte met een vriendelijk gebaar een dubbeltje in mijn hand.

Ate Vegter, 7 januari 2016 100/0/6

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s