216 De Euromast 9

Ik schoof ongemerkt weer op mijn stoel en keek naar buiten. Het was helder weer en ik kon zo ver kijken als het oog reikte. Misschien wel tot aan Den Haag, schatte ik. Maar liever keek ik naar gebouwen dichtbij. Hoe lang het zou duren voordat nieuwe hoogbouw de Euromast had ingehaald, vond ik opeens geen interessante vraag meer. Ik wilde naar huis. Ik at de laatste restjes van mijn bord en keek de tafel rond. Mijn oom was in gesprek met mijn broertje over het werk van de combines, schat ik en mijn moeder was in gesprek met tante Siets, maar ik kon niet verstaan waar zij het over hadden, want ze zaten aan de andere kant en bovendien voerden ze het gesprek op gedempte tton, zodat ik vermoedde zodat ze het over vrouwenzaken hadden waar ik niks vanaf wist en ook geen belangstelling voor had. Mijn vader keek naar zijn glas, nam een slok en keek toen op zijn horloge, dat hij donderdag net had opgehaald had bij Huub Jansen, onze juwelier. Hij wreef even over het glas, keek om zich heen, keek naar de anderen zonder hun gesprekken te volgen en stak vervolgens zijn hand omhoog:
– Koffie allemaal?
Niemand reageerde in het bijzonder, hetgeen hij als een bevestiging opvatte. Het meisje meldde zich:
– U wilt nog iets bestellen, meneer?
– Jazeker jongedame, doe maar vier koffie en breng voor de jongens een colaatje mee. Dat hebben ze wel verdiend na zich zo’n lange dag met hun ouwelui verveeld te hebben.
Hij keek ons even aan, of wij ook in bezwaar zouden gaan, maar ik vond het prima en mijn broertje had het amper gehoord.
Het meisje draaide zich om en liep heupwiegend weg, waardoor mijn blik haar als vanzelf volgde, tot ze weer bij de bar was. Ze draaide om de bar heen, zette de kopjes klaar en schonk de koffie in. Vervolgens pakte ze twee colaatjes, zette alles op een blad en kwam direct weer onze kant op. Mijn vader maakte een praatje met haar terwijl ze de bestelling op tafel zette, waarbij ze steeds heel vriendelijk degene aankeek voor wie het bestemd was. Toen ze mij aankeek, voelde ik dat ik heftig begon te blozen, maar ik wilde toch niet wegkijken en zag dat ze blauwe ogen had met een zwart randje.
– Kan ik zo gelijk met je afrekenen? vroeg mijn vader.
Het meisje knikte en glimlachte:
– Natuurlijk meneer, dat is hier zelfs de gewoonte. Ik ben zo terug.
Ik zal niet zeggen dat mijn vader bloosde, maar hij was toch even afgeleid. Toen herstelde hij zich en richtte hij zijn aandacht op de koffie:
– Willen jullie hierna nog de stad in, winkelen of gaan we zo weer naar huis?
Mijn moeder keek op en ontdekte nu pas de koffie:
– Ik hoef niet de stad meer in. Laten we maar naar huis gaan. Dan wil ik na de thee met Siets nog even over de Kleiweg lopen.
Hier kon iedereen wel mee instemmen en nadat we onze koffie en cola hadden opgedronken en mijn vader had afgerekend, stonden we op en liepen het restaurant uit naar de lift, die er al snel aankwam. En terwijl we nog een laatste blik naar buiten wierpen ik ook nog zocht naar de bewaker, maar ik zag hem nergens, gingen we de lift in. De deuren sloten zich en precies op het moment dat ik beweging voelde begon ik te tellen. Het duurde exact dertig seconden, voordat de lift beneden was. Nu zou ik de snelheid kunnen uitrekenen, want het was immers precies 100 meter hoog, maar dan moest ik wel rekening houden met de tijd die het duurde om op gang te komen en af te remmen. We liepen naar buiten, naar de Parkkade, naar de grijze Eend van mijn vader en de blauwe huurauto van oom Ab en tante Siets.

Ate Vegter, 24 januari 2016

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s