220 Twee man sterk

Het was de tweede keer in een jaar dat we elkaar zouden zien. Het is altijd een feest maar soms komt een feest moeilijk op gang. Dat weet iedereen. Ik reed naar De Pont om mijn auto voor de deur te parkeren. Dat is zelfs in Noord al heel lang verleden tijd. Ik kan soms zo naar vroeger verlangen. Ik maakte een rondje over de parkeerplaats en reed terug over de Buiksloterweg. In de eerste twee zijstraten geen plek. In de Ranonkelstraat was veel plek, maar daar mocht ik van deze kant niet in. Maar het kon wel. Als deze automobiliste even opzij ging in plaats van mij duidelijk te maken dat ik er vanaf deze kant niet in mocht rijden. Ik deed alsof ik mijn radio moest fijntunen en gaf haar zo weinig mogelijk aandacht. Ze reed verder, zuchtend dat ze alleen maar wilde helpen. Ik reed de verboden Ranonkelstraat in, keerde en parkeerde. Ik stond nu zeker twee keer zover weg als de vorige keer, misschien wel drie. Ik liep terug naar de Pont. Het waaide nu zeker twee keer zo hard als de vorige keer, misschien wel drie. Ik vloekte binnensmonds maar ook luidop zou niemand het horen. Ik lachte tegen de wind en liet mij er in hangen. Zo viel ik de Pont binnen, uitgelaten buiten adem. Het was vier uur. Hij was niet alleen. Ze waren met twee. Hij en zij. Hij stond direct op toen hij mij zag en begon uitgebreid de loftrompet te steken over al mijn kwaliteiten en verschijningsvormen. Ik kan het niet helpen. Zo ging het. Zo is hij. En ach, waarom altijd maar bescheiden zijn. Ik moedigde hem aan en zij keek toe met toenemende verbazing over ons direct intieme contact. Zodra wij elkaar zien gebeurt er alles. Ik word opgetild en vlieg met hem mee. Hij introduceerde mij als de zwarte met het witte hart en hij vertelde over de belofte die ik hem gedaan had. Daarna – hij ging echt lang door, maar ik wilde hem niet afremmen – vroeg ik hem ook van haar een introductie te geven, want als er iemand met woorden een mooi portret kan schilderen dan is het Alje. Zij voegde daar zelf nog aan toe dat ze sustainable marketing deed, maar ja, wat is dat voor informatie. Ze had moeten zeggen dat ze dat wat goed is en echt aan de man probeert te brengen. Ik ging zitten en we waren met z’n drieën. Omdat ik niet meer drink voelde ik mijzelf niet onrustig wachten op de ober en kon het gesprek direct beginnen. Het was al begonnen. En zo tilden we elkaar op, als een drone die boven Noord vliegt voordat hij boven Monnickendam de echt mooie opnamen maakt. Even later stond zij op en vertrok. Toen waren we met twee. Nu was ik wat later gekomen en had ik ook ’s avonds een afspraak en zodra zij weg was begon de tijd te dringen. Het was kwart over vijf.
‘Je zit op hete kolen.’
‘Ja, ik moet eigenlijk zo al weer weg. Ik ga om half zes, dan hebben we nog een kwartier.’
Een mooi kwartier. Toen ik later naar huis reed bedacht ik dat ik het moeilijk vond om hem met iemand te delen. De volgende keer wil ik alleen met hem afspreken. Met z’n tweeën. Een groepje is al gauw te groot voor mij.

Ate Vegter, 30 januari 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s