306 Zwemmen

Vandaag heeft Sofieke haar C-diploma gehaald. Alle goede dingen bestaan uit drieën, zei mijn goede vader altijd toen hij nog onder de zijnen was en het zwem-ABC lijkt hiermee dan ook compleet, temeer daarwij onze dochter hebben beloofd dat ze zich verder niet hoeft in te spannen om de nu opdoemende zwemvaardigheidsdiploma’s te behalen, maar als beloning op paardrijles mag. Dat wordt nog wel een extra programmapunt op de toch al zo druk bezette vrije woensdag, maar goed, kom je over het paard, dan kom je over de staart. Vanavond gaan we het heuglijke feit vieren door in Zuidoostbeemster sushi te gaan eten zoveel als je kunt. Dat is ook een soort watersport.

Toen ik zo oud was als Sofieke nu ging ik in Apeldoorn ook vaak zwemmen met mijn vader, in het Sportfondsenbad in het centrum of in het buitenbad aan de Badhuisweg. Het water van het zwembad aan de Badhuisweg was niet mooi blauw als bij alle andere zwembaden, nee, het was zwart en ondoorgrondelijk. Ik meende dat de bodem van dit bad eindeloos diep was, maar vermoedelijk was het bad gewoon zwart geschilderd. Ik zou het mijn broers eens moeten vragen of zij eenzelfde herinnering hebben. Aan het Sportfondsenbad bewaar ik drie traumatische herinneringen. In het bad ging een trap naar beneden. Nu zijn al die trapjes recht, als een laddertje, maar toen was het een schuin trapje, waardoor je zo mooi het water in kon lopen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je onder het trapje gaat zwemmen. Ik deed dat toch en kwam er een keer onder water klem te zitten en raakte in paniek, zodat ik door mijn vader bevrijd moest worden. Het tweede drama ontstond ook omdat ik iets deed wat niet mocht, die regels zijn er niet voor niets Ate, ik liep namelijk hard rond het bad en kwam daarbij ten val. Ik werd door de badmeester en mijn vader naar het hokje van de badmeesters gedragen en daar op een stoel gezet. Ik had een fikse bult op mijn voorhoofd, maar daar wist de badmeester wel raad mee. Hij haalde verband, duwde een knaak, zo’n hele grote zilveren rijksdaalder, op de bult en verbond het zo strak mogelijk. Ik voelde mij als een Sultan. Op mijn vraag hoe hij dan later die knaak terug kreeg, zei hij dat ik die wel mocht houden. Ik was door dit gebaar de pijn al bijna vergeten. Pas veel later hoorde ik van mijn vader dat hij aan de badmeester een knaak had teruggegeven, waarmee het verhaal toch iets van zijn glans verloor, maar mijn vader aan goedheid won. Het derde incident was toen ik een forse man naakt onder de douche zag staan. Dat deden wij thuis niet en ik was gefascineerd door zijn harige rug en billen, een beeld dat mij lang is bijgebleven. Ik ben wel blij dat hij met zijn rug naar mij toe stond anders had ik het niet durven vertellen.

Ate Vegter, 23 april 2016

http://www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s