347 Hip en Hanneke vieren #Feest

Het is feest. De buurman is jarig. En de buurvrouw ook. Het is mooi weer. Het feest is buiten. Maar het is nog niet be-gon-nen. Hip en Hanneke moeten wachten. Dat vinden ze niet leuk.
– Wat wil je doen, vraagt Hip.
– Ik wil dat het feest begint, zegt Hanneke.
– Ik ook, zegt Hip
Maar de klok wil niet vooruit. Het lijkt wel of hij stil-staat.
– Wil je spelen, vraagt Hanneke.
– Nee, ik wil wachten en dan naar het feest.
– Hoe laat begint het feest?
– Dat weet ik niet. Het begint van-mid-dag.
Maar de middag is lang. Misschien weet mama het wel. Hip en Hanneke lopen naar binnen. Mama ruimt de vaat-was-ser in.
– Kom je helpen, Hip?
– Nee, hoe laat begint het feest?
– Drie uur, maar wij gaan er om vier uur heen. Dat hoort zo.
– Ik wil niet wachten.
– Tja, dat zal toch moeten, Hip.
– Mag ik het cadeautje inpakken?
– Ja, dat mag.
– Mag Hanneke meehelpen?
– Dat is goed.
Het is een boek voor de buurman en een plant voor de buurvrouw. Het boek is mooi en de plant oogt nog fris.
– Hoe pak je een plant in mama?
– Met een papiertje, Hip. Kijk hier.
– Dankjewel mama, en het boek?
– Het boek hoeft niet. Dat is al in-ge-pakt.
Hip weet een raadsel:
– Wat krijg je als je soep om-draait?
– Poes, zegt Hanneke.
– Nee, een vieze vlek, weet Hip.
Dan is het opeens vier uur. Nie-mand weet hoe dat kan. Hip en Hanneke gaan met mama naar het feest. Papa komt later, want die moet nog wer-ken. Er zijn ook al andere mensen. Het is ge-zel-lig.
Hip en Hanneke gaan varen met de boot. Er zijn er wel drie of vier, maar er zijn ook veel kinderen. Hop en Rop zijn er ook en Rip en Sip en Anneke en Tanneke. Alle kinderen uit de buurt zijn er en nog meer.
Dan pakt iemand de hengel:
– Kijk, een hengel!
– Als je zo doet gaat de lijn helemaal in de war.
– O en kijk! Nu is de dobber kapot.
Pap is er in-mid-dels ook. Hij staat bij de ander papa’s en mama’s. Iedereen drinkt wijn. Sip en Rop vinden dat niet lekker. En Hip en Hanneke ook niet. De kinderen drinken graag li-mo-na-de.
Dan zien Tanneke en Hop dat het schepnet ook stuk is. Het is ge-bro-ken . Het netje ligt in het water. Nie-mand heeft het gedaan.
Hip en Hanneke gaan naar binnen.
– Kijk Hop, hier liggen viltstiften.
Iemand tekent op de muur. En op de keu-ken-rol-hou-der. Probeert het ook weer uit te vegen. Dat gaat niet. Het wordt een vieze vlek.
Dan is het feest af-ge-lo-pen. Iedereen is blij. Het was een leuk feest en iedereen heeft ge-no-ten.
– Dag Hip!
– Dag Hanneke!
– Tot de volgende keer!

Ate Vegter, 30 mei 2016

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s