680 Bond… James Bond #RogerMoore

Je probeert het wel eens. Stiekem, wanneer je denkt dat niemand het in de gaten heeft, omdat het zo stoer klinkt. Waarom zou je het eigenlijk doen als niemand het in de gaten heeft? Maar goed, je doet het toch. Op een feestje, waar je je voorstelt aan iemand die je nog niet kent. Je voorstellen aan iemand die je kent is helemaal onzin natuurlijk, maar dat terzijde. Of nog beter, op een vergadering, een landelijk overleg of zo. En wat belangrijk is, je kijkt er zo neutraal mogelijk bij: ‘Vegter… Ate Vegter.’ De kunst is natuurlijk om er zelf niet bij in de lach te schieten en je snapt ook wel dat je niet mijn naam maar je eigen naam moet gebruiken wanneer je het zelf wilt oefenen. Ik hoef toch niet echt alles uit te leggen. Ik denk eerlijk gezegd, dat deze manier van voorstellen één van de briljantines is van James Bond, want daar gaat het over vandaag. Ian Flemming heeft hem bedacht, laten we dat niet vergeten. In de boeken stelt Bond zich zo al voor, net als later in de film. De derde vondst is natuurlijk zijn bestelling aan de bar: Wodka Martini, shaken, but not stirred. Dit schattige drankje wordt normaal geroerd, en niet geschud en hij wil het precies andersom. Dat zegt iets over zijn gecultiveerde eigenheid, waarmee ik kom op briljante vondst nummer twee, zijn Britsheid. Er is niemand Britser dan Bond. Cool onder alle omstandigheden: met ware doodsverachting op het hoogste randje van een brug: ‘There is never a cab, when you need one.’ Cool and together. De vierde vondst is niet van Flemming maar van de filmmakers en dat is de muziek, niet al die sterren die die liedjes zingen, maar dat ene deuntje, wat je niet meer uit je hoofd krijgt: tatadadadiedadada, tadadadadiedadadada etc. Verder heb ik het eigenlijk niet zo op Bondfilms. Je ziet ze wel eens langs komen, maar ik blijf er niet voor thuis. Ik zou niet eens weten of ik ze allemaal wel gezien heb. De echte liefhebbers weten dat natuurlijk wel. Wat mij wel aantrekt in Roger Moore is zijn tijd vóór dat hij Bond werd. In omgekeerd chronologische volgorde speelde hij vóór Bond in The Persuaders, met Tony Curtis, in honingzoet gekleurde pakken en sleeën van auto’s, heerlijk. Daarvoor was hij Simon Templar in The Saint. Daar was hij eigenlijk al Bond zoals we hem later kennen, maar het was nog net iets speelser, guitiger, ondeugender. En dáárvoor, aan het begin van zijn carrière en mijn jeugd, speelde hij de koele, stoere ridder Ivanhoe. Die muziek: Ivanhoe, Ivanhoe, die kun je altijd wel horen, net zo goed als de strijdkreet: I-van-hoe! En dat lied nog maar een keer: Ivanhoe, Ivanhoe, Side by side we’re proud to ride with Ivanhoe. Jammer toch dat dat allemaal voorbij is.

 

Ate Vegter, 24 mei 2017

www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s