738 Oom Ate

Welke grote en kleine organisten ken ik eigenlijk? Maarten ’t Hart, die alles van Bach speelt en niet onverdienstelijk voor een bioloog, Jan Zwart, die de psalmen doet, Keith Emerson van Emerson, Lake & Palmer met Lucky Man, mevrouw Langeler en mevrouw De Goey, die altijd veel te langzaam speelde, en dan oom Ate, mijn eigen oom, naar wie ik vernoemd ben.

Ik heb hem maar een paar keer horen spelen, maar hij speelde altijd, net zo goed als hij altijd mijn oom was, zolang als ik hem ken. Wij waren thuis allemaal vernoemd, eerst naar de ouders van onze ouders en vervolgens kwamen hun broers en zussen aan de beurt, zoals bij zoveel families in die tijd. Kom daar nu nog eens om. Mijn oom Ate was dan weer vernoemd naar zijn opa, die de zoon was van een gevluchte Franse Hugenoot, die viool speelde. Muzikaliteit is in onze familie diep geworteld. Oom Ate was de broer van mijn moeder. Ze had twee broers, Ate en Onne. Haar jongste broer Onne overleed aan kanker toen hij zestien was. Soms heb ik het idee dat ik dat verdriet altijd gezien heb in het gezicht van mijn moeder. Oom Ate was misschien ook niet zo’n vrolijke frans, maar daarvoor ken ik hem eigenlijk te weinig. Hij had samen met tante Baukje ook zeven kinderen, net als wij thuis, maar zij hadden vier meiden en drie jongens en wij andersom. Hij speelde orgel en in mijn herinnering zat hij vaak in de kerk te oefenen voor de volgende zondag. Verder was hij gek op tuinieren en had hij een prachtige, grote tuin rondom hun huis in Marum, want daar woonden ze net als mijn opa en opoe. Oom Ate had het bedrijf van mijn opa overgenomen, hij grossierde in groente en fruit. Vroeger had mijn opa ook nog een winkel, dacht ik, maar later niet meer. Van mijn moeder weet ik nog wel dat ze altijd de bruin geworden bananen opat, omdat die niet meer verkocht konden worden. Maar die vond ze juist ook erg lekker, zei ze. Ik vond ze veel te zoet geworden en was ook al te veel verwend om nog dingen op te eten die anderen niet meer wilden. Dat hoorde meer bij de oorlogsjaren, vond ik.

We kwamen vroeger veel bij Oom Ate en tante Baukje en zaten dan op zondag in een ruime kring in de voorkamer alsof we op visite waren. Dat waren we natuurlijk ook, maar daar kon je het heel erg voelen, Oom Ate was ook altijd een beetje stijfjes, net of hij het wat ongemakkelijk vond om met andere mensen om te gaan. Dat ontroerde mij wel omdat ik dat zelf ook ingewikkeld vond. Mooi dat ik naar hem vernoemd ben.

Ate Vegter, 19 juni 2017

voor alle verhalen:
www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s