739 Opoe Meter

Wanneer je mij vraagt wie de belangrijkste mensen in mijn leven zijn, dan is dat geen lastige vraag. Ik heb geen idee waarom je het vraagt, maar het begint bij mijn vrouw en dochter en het eindigt ongeveer bij mijn opa en opoe. De eerste twee houden mij in het gareel en scherp en de laatste twee waren evident noodzakelijk voor mijn bestaan.

Mijn opoe kan ik mij nog goed herinneren, zelfs haar stem, al zei ze nooit veel. Ze praatte meestal via mijn opa. Ze stootte hem dan aan met een lispelend: ’Toe dan, fooie.’ Meer aanmoediging had hij niet nodig om in beweging te komen en het woord te nemen. Hij nam zijn pijp uit de mond en sprak ons toe in zijn mooiste Gronings. Ondertussen zat mijn opoe dan heftig te knikken, dat ze het er helemaal mee eens was. Ja, wat dacht je, zij had het bedacht! En terwijl ze luisterde en knikte, telde ze de steken van haar breiwerk, want ik heb mijn opoe niet anders dan breiend gekend. Ze had af en toe wel binnenpretjes, maar ze lachte niet vaak. Van haar zes kinderen overleden er drie jong: een zoon op zijn zestiende en twee meisjes al kort na de geboorte. De meisjes heetten allebei Joukje. Mijn moeder was de derde Joukje. Zoiets kwam wel vaker voor in die tijd, in het gezin van mijn vader waren twee Elsjes. Het lijken misschien onbelangrijke details uit een ver verleden, maar wanneer een van die twee Joukjes niet was overleden, was mijn moeder niet geboren en zat je nu niet hier dit stukje te lezen, want dan was ik er ook niet geweest. Hoewel dat ook voor mij enigszins onvoorstelvaar is, zou je mijn vader dan moeten zien met een andere vrouw en andere kinderen. Ik denk dat hij dan net als zijn broer heel lang vrijgezel was gebleven, maar dat weet natuurlijk niemand. Ik verzin het ook maar.

Van mijn opoe en opa kan ik me nog hun 50-jarige bruiloft herinneren in Zaal Hamming in Marum. Dat was een café, maar zo mocht je het niet noemen. De kinderen van mijn oom Ate en tante Baukje hadden op het podium een wit laken gespannen en bewogen daarachter als heuse schaatsers. Ze zongen het lied ‘Baanveger, baanveger, kom met je bezem…’ Het was mijn eerste feest. Het was er rokerig en gezellig en het was de enige keer dat ik mijn opoe zonder breiwerkje zag.

Ate Vegter, 21 juli 2017

voor alle verhalen:
http://www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s