806 Van der Laan en wie?

Het is een rustige avond na een rustige dag. Zelfs het weer is rustig. Ik rij richting Amsterdam, op weg naar een voorstelling in Theater Bellevue van Van der Laan en Woe. De auto voelt als nieuw, ik moet alles nog instellen. Dat alles bevindt zich weliswaar allemaal op de nieuwe TomTom, maar ik word er toch blij van. Zo eenvoudig kan het leven zijn.

Wil ik rode, gele, groene of paarse pijltjes? Rood kan niet en paars is mijn lievelingskleur en groen de complementaire kleur van mijn auto, dus dan weet je het wel. O, ik moet wel op het verkeer blijven letten. Deze Skoda probeert mij nu al voor de tweede keer in te halen, zo rustig is het. Ik rij via het nieuwe Rokin, langs Hudson’s Bay. Het is mooi geworden, maar ik kan er zo in de gauwigheid niet veel van zien en het begint al te schemeren. Over de Dam en dan naar de Prinsengracht waar ik een parkeerplaatsje vind ter hoogte van het atelier van Keren de Vreede. Hij maakt prachtige abstracte schilderijen. Je moet ervan houden natuurlijk, maar dat doe ik. Z’n bloemen en bomen vind ik een stuk minder, maar als je de stengels of de stam eraf knipt heb je ook abstract werk. Ik loop naar Bellevue. Het is rustig in de stad, op een trapje een clubje opgeschoten jongens waarvan ik één zin afluister: ‘Je kijkt wel een beetje pips,’ hoor ik een van de jongens zeggen en ik realiseer mij dat er niets verandert en dat iedereen ook in deze tijd gewoon groter groeit alsof er niets aan de hand is. Onbewust let ik op of ik nog een parkeerplaats dichterbij zie. Dit is een mooie afstand om te lopen, maar het is altijd vervelend als blijkt dat je toch veel dichterbij had kunnen staan. Dan kun je net zo goed met openbaar vervoer gaan. Ik zie geen enkele lege plek meer, maar wel staat er pal voor het theater tot mijn aangename verrassing een rode Volvo 240 station geparkeerd. Net zo oud en mooi als de mijne. Nu is het net of ik hier sta en dat is misschien nog wel een plezieriger gedachte dan dat ik er echt zelf zou staan.

Na afloop van de wat melige en vooral behoorlijk uitgemolken grappen loop ik weer terug naar mijn auto. Nu lopen er twee Engelstaligen vlak achter mij te kletsen. Daar heb ik echt een hekel aan en ik ren een stukje vooruit, tot ik ze niet meer hoor. Dan geniet ik weer van de rust en het geroezemoes van de stad zelf. Ik kan haar ademhaling bijna horen. Ze slaapt nog lang niet, maar komt al wel tot rust. Bij de auto aangekomen loop ik er even omheen. Ja, het is echt de mijne. Ik stap in en rij naar huis.

Ate Vegter, 27 september 2017
www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s