937 IJs

Er ligt weer ijs. Dat is fijn. Eindelijk ligt er ijs en ik moet onmiddellijk denken aan het IJ-rijm van Hugo Brandt Corstius, oftewel Piet Grijs, Raoul Chapkis, Stoker, Battus, oftewel de man men duizend namen, die tevens de vader was van Aaf en Jelle en die zo eigenwijs was dat hij wanneer hij met de auto bij een rotonde kwam linksaf sloeg voor de rotonde langs, tegen het verkeer in, wat ook de korste en logische route is wanneer er geen regels zouden zijn.

Hij nam regelmatig de voor hem kortste route, zonder zich ook maar iets van anderen aan te trekken, wat voor hemzelf enige bevrediging moet hebben opgeleverd, maar wat voor zijn kinderen een regelrechte ramp moet zijn geweest, zo’n vader. Zo schreef hij tussen haakjes ook zijn jarenlange column op de voorpagina van de Volkskrant waardoor Elco Brinkman (wie???) hem de P.C. Hooftprijs niet gunde omdat die zich kennelijk te vaak in zijn wiek geschoten voelde, waardoor de Nederlandse literatuur wel een fantastische prijswinaar gemist heeft maar een nog betere rel in het boek van verleden heeft kunnen opschrijven.

Die Hugo Brandt Corstius heeft dus onder het pseudoniem Battus (iedereen wist toch wel wie hij was) een prachtig boek geschreven over de Nederlandse taal, ik bedoel over de Opperlandse taal- & letterkunde. Vijftigers en zestigers hebben het wel in de kast staan, gekregen van Sinterklaas en je komt het tot mijn verbazing ook vaak tegen op tweedehands-boekenmarkten. Ook op de rommelmarkt van de kerk van Monnickendam in september ben ik het al een paar keer tegengekomen. Je hoeft er maar even in te bladeren voor een vrolijk moment met een kontje bloter. Onbegrijpelijk dat iemand het wegdoet, zo’n robuuust naslag- en dichtwerk, puzzel- en vakantieboek, waarin niet alleen taalgrapjes staan, maar ook echte geschiedenis, zoals het verhaal van de schand in het Breveningse Hoerkous: ‘Scheel Heveningen was een vlooi der prammen. Ver weg op zee zag men een pissende vink. De gatbasten waren gezoodnaakt het land te verstraten en riepen in hun kloten buiten lont.’ En zo gaat het van kwaad tot beter, maar dat neemt niet weg dat er hier nog steeds ijs ligt.

Iedereen schil waatsen, maar het kal er niet van zomen. Gu negin ik ook al. Maat ik er laar over ophouden. Op ruienbadar zijn de olken in waantocht en het nal ziet dang meer luren voordat het snegint te beeuwen. Kunnen we lekker reetje slijden. Hm, ik begin nu wel een beetje te begrijpen waarom meel vensen Opperlandse taal- en letterkunde webben heggedaan. Het malt nog niet vee zo’n loek te bezen bonder zeïnvloed we torden. Je gunt er keen vouw aan tastknopen. Staat ik maar loppen.

Ate Vegter, 9 februari 2018
www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s