946 Ruud Lubbers 1939 – 2018

Het is toch een bericht dat er even inhakt. Ruud Lubbers overleden. Zo oud was-ie toch nog niet? 78, o ja, dat schiet al lekker op natuurlijk en hij was al een tijdje ziek. Dat wist ik ook niet, maar zijn politieke vrienden wel. Ruud Lubbers, jaren tachtig, jongste premier, langszittende premier. Lubbers is één van die namen die er altijd is, waarbij je onwillekeurig denkt hoe een groot man zo onfortuinlijk kan eindigen.

Hij heeft zijn sporen in de geschiedenis wel verdiend. Hij heeft die geschiedenis zelf gemaakt. Men roemt zijn politieke instinct en bewondert zijn gave om altijd overal 124 oplossingen voor te hebben. Maar hij kon ook koppig zijn en geïrriteerd en je moest hem misschien wel te vriend houden al lijkt hij daar zelf niks om te geven. De krant staat bol van de verhalen, maar de mooiste anekdote komt toch van Hans Wiegel. Die wordt een beetje gallisch van Lubbers, want alles moet altijd net een beetje anders en hij stelt Dries van Agt voor hem een poets te bakken: ‘We geven hem onmiddellijk gelijk,’ Even later komt Ruud binnen, die doet zijn verhaal en Hans zegt: ‘Dries, ik weet niet wat jij vindt, maar ik vind Lubbers plan veel beter dan ons plan.’ Lubbers zit wat verbouwereerd te kijken en begint vervolgens punten uit het plan van Van Agt en Wiegel naar voren te halen…

En zo gaat de krant van donderdag nog even door. Een tijdperk wat al afgesloten is wordt voor de spiegel gehouden en ik denk terug aan zijn goede relatie met Beatrix, aan André van Duin met Tuut, tuut, tuut, de groetjes van Ruud en vooral aan Opland, tekenaar van de Volkskrant in de roerige jaren van de kruisraketten die niemand wilde en die er uiteindelijk ook niet zijn gekomen. Lubbers had voor cartoonisten denk ik wel een heerlijke kop om te tekenen, met dat spleetje en al die stoppels. Hij moest zich wel drie keer per dag scheren, zo snel groeide zijn baard. Lang haar was in die tijd heel gewoon, maar de meeste politici zagen er nog keurig geschoren uit. Dat is nu wel anders.

Ik zag een opname van Lubbers waar hij zich voor hij begint te spreken verontschuldigt voor zijn baard, zijn hand even over de kin halend. Er is eigenlijk nauwelijks iets te zien en in deze tijd zou hij tussen al die ongeschoren types helemaal niet meer opvallen, maar toen moest je je nog elke dag scheren of een serieuze baard dragen. Nu is het hoofdhaar weer kort en de kaak ruig en zo veranderen de tijden en kun je maar het beste een beetje om je heen kijken naar het haar van de mannen om te weten hoe laat het is.

 

Ate Vegter, 17 februari 2018
www.atevegter.wordpress.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s