1227 Piep en pap op weg naar Engeland

‘Om te beginnen,’ zo begon professor Pap zijn verhaal, ‘is het onmogelijk om bij het begin te beginnen. We vallen er middenin. Zowel qua tijd als ruimte. Het is maar zeer de vraag of er een begin is, want was er dan voor het begin? De voorbereiding, ja, dat is een goede. Ten tweede, als je mij toestaat, is het belangrijk te beseffen dat je altijd hier en nu bent. Er is niets anders dan het hier en nu. Welnu, professor, zal je misschien zeggen, maar gisteren waren we nog in Monnickendam. Dan heb je gelijk, maar dan zeg ik wel, daar ben je niet en het is ook niet gisteren, kijk maar om je heen. Is dit Monnickendam?’

Ik keek naar buiten en zag het strand en een vissersboot op het eindeloze water van de Noordzee. Ik keek de professor aan en knikte berustend.
‘Ik zie dat u het snapt, meneer Pap en Piep kan het ook goed volgen. Ik had niet anders verwacht.’ Piep sloeg haar ogen neer en draaide met haar hand om Paf aan te moedigen vooral verder te gaan.
‘Ja ja meisje, ik vervolg. Nu is het hier belangrijk,’ hij glimlachte naar mij, ‘te weten dat tijd en ruimte niet bestaan.’
Daar keek ik wel van op.
‘Tijd en ruimte zijn woorden om ons te helpen de wereld om ons heen te begrijpen, maar ze doen er niets toe, net als kwart over drie en zestien kilometer. Je begrijpt onmiddellijk dat dat afspraken zijn, die verwijzen naar de werkelijkheid, maar niet de werkelijkheid zelf zijn. In Engeland zal je straks ontdekken dat ze daar heel anders meten en wegen. Dat geeft niets, zolang iedereen zich maar aan de afspraken houdt.’
‘Duurt het nog lang?’ vroeg Piep. Ze zat te draaien op haar stoel en keek naar buiten naar het grauwe blauw van de zee. ‘Kunnen we niet weer wat harder? Ik vind het saai!’
‘Piep, doe niet zo onbeleefd,’ protesteerde ik, ‘Het is hartstikke interessant. Je hoort allemaal dingen die vanzelfsprekend zijn. Dat is machtig mooi! Luister toch eens goed.’
‘Ik weet het toch pap, ik ken de professor al wat langer dan vandaag. Zal ik hem weer weg sturen?’

Ik was verbijsterd, keek haar aan, begreep geloof ik niet eens wat ze zei: ‘Hoe bedoel je wegsturen? Wil je op het water gaan landen?’
Nu begon professor Paf onbedaarlijk te lachen. Ha, ha, meneer Pap, u wilt landen op het water, dat lijkt mij echt onmogelijk, omgekeerd kan het natuurlijk wel. Je kan wel wateren op het land, o vergeeft u mij, er zijn jongedames bij.’ Hij lachte geamuseerd en vervolgde wat serieuzer: ‘Maar Piep heeft gelijk, het is geen stof die erg beklijft. Het is te groot om te bevatten, maar dat geldt vooral voor volwassenen. Kinderen snappen het in geen tijd. Hun begrip flitst sneller dan ik kan vertellen, dat maakt het saai voor hen, nietwaar Piep?’ Piep knikte nu wat meer enthousiast, blij dat in ieder geval iemand haar begreep. Ik lag er aan beide kanten uit voelde ik, maar had niet de behoeft daar iets aan te veranderen.

‘Door het uitvergroten van het moment, zoals Piep in de tuin met de vliegende schotel heeft gedaan, zijn we in een andere kromming terecht gekomen,’ vervolgde de professor, ‘De tijd is hier eindeloos vertraagd, ik schat een factor 3,5 miljoen, vandaar dat je geen honger krijgt en dat het niet donker wordt. Je kunt daar heel goed gebruik van maken.’ Hij lachte naar Piep: ‘Onze jongedame hier zou bijvoorbeeld heel goed in Engeland piano kunnen leren spelen en die vaardigheid bij terugkomst behouden. Daar zou haar moeder dan wel van opkijken vermoed ik.’

‘Poef!’ zei Piep. Ik voelde opnieuw de warme trilling en zag nu ook een trilling in de lucht, als op een hete dag. Ik had geen idee wat er gebeurde maar zag dat het achterbankje met professor Paf er niet meer was, alsof het er nooit geweest was.

‘Piep! Wat doe je!’
Piep trok haar neus op: ‘Pfft! Pianoles in Engeland! Wat denkt die professor wel! Hoe lang denkt-ie eigenlijk dat wij wegblijven! Zo lang kan ik mama echt niet missen.’
Ze nam de besturing over van de automatische piloot en trok op. Ik voelde mij in de rugleuning gedrukt en zag dat we met flinke snelheid omhoog schoten. Het gebeurde allemaal zo vanzelfsprekend, dat ik niet eens verbaasd was. Het voelde wel lekker eigenlijk.

‘Jij weet veel meer dan je vertelt, schatje, zei ik, terwijl ik kort haar haar streelde. ‘Het geeft niks hoor. Neem jij je oude vader maar mee op avontuur. Daar kan ik nog best wat van leren.’

Piep keek verstoord opzij: ‘Je moet niet steeds zeggen dat je oud bent, pap. Tijd bestaat niet. Dat weet je nu toch wel. Kijk, daar is de kust van Engeland al. We zijn er zo, denk ik.’
Ze concentreerde zich weer op het vliegen en liet mij over aan mijn eigen gedachten.

Ate Vegter, 13 november 2018

www.atevegter.wordpress.com/27

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s