1228 Gasgeven en terugnemen

Het is zo’n groep op Facebook die je een tijdje volgt. Daarna ruim je wat op en volg je weer wat anders, klassieke auto’s, mooie films, boeken, verhalen schrijven, Oud-Rotterdam, Amsterdam, je bent Monnickendammer als…, gezellige Volvo vereniging, echt Rotterdams sentiment, ja! Dat is hem. Daarop zag ik een foto, waarvan ik dacht hé, dat ken ik!

Het is een foto in zwart-wit, alle foto’s uit die tijd zijn in zwart-wit, net als mijn geheugen, daarna kwam pas de kodacolor compactcamera met die kleuren die nu verkleurd in je fotoalbum zitten, maar dit is nog echt origineel zwart-wit. Het gaat over de invoering van aardgas. Ik kan mij dat nog goed herinneren. We kregen een nieuw gasfornuis en wat heel speciaal was, het gas had expres een luchtje gekregen, want aardgas is reukloos, zo las ik in het foldertje van het energiebedrijf. Daar had je er vroeger maar een van per stad. Ik vraag mij af wat voor gas hadden we dan vóór het aardgas? Waar kwam dat dan vandaan? En hoe rook dat? Geen idee. Naar gas, denk ik. Ja, dat denk ik ook.

Ik hield in die tijd nog erg van vernieuwing. Tegenwoordig niet meer. Alles is nieuw genoeg en nieuwer betekent in deze tijd meestal alleen maar ingewikkelder, met een account en met meer elektronica en een waarschuwingslampje wat niet uit gaat en het kan automatisch alles zelf, maar waar zit de handbediening? Mijn laptop heeft zelfs geen uitknop. Bovendien ben ik zelf ook oud en dat bevalt prima.

Het is een leuke foto van het Bergpolderplein in Rotterdam, begin jaren zestig. Wij woonden vlak om de hoek aan de Schiebroeksesingel, in het grootste huis waarin ik ooit gewoond heb, met een kelder en een zolder en een vliering en negen kamers en een erker en een keuken en een badkamer en twee wc’s, een garage en een schuurtje en een kolenhok. Die garage was zo ernstig verzakt, daar mocht van de brandweer geen auto meer in staan. Kom daar nog eens om tegenwoordig. De kolen zijn de deur uit en het gas moet nu ook de laan uit, maar toen werd het dus ingevoerd. Mooie tijd. Ondanks alles.

Op dat Bergpolderplein zat ook een dikke, kale kapper, met een rood hoofd en een vette tondeuse. Daar had ik een knipkaart. Kon je beter een tondeusekaart noemen. Tien knipbeurten voor f 2,50 en dan werd het heel hoog opgeschoren. Ik zat nog op de lagere school, was negen of tien en luisterde naar Adamo. De Rolling Stones en mijn lange haar kwamen pas later. Naast de kapper zat de snackbar van Tante Lien, Tante Lien heeft puntjes van tien, zeiden wij omdat ze ijsjes van tien cent verkocht. Ook van vijf, maar dat rijmde niet. Op zondagmiddag ging ik daar onder kerktijd sorbets en milkshakes eten. Een keer had ik mijn vergist in de eindtijd van de kerkdienst en kwam ik veel te laat thuis. Ik wilde doen alsof ik net uit de kerk kwam, maar het hele gezin zat al uitgebreid aan tafel.

Mijn moeder heeft jarenlang haar boodschappen gedaan bij die Co-op. Loopt ze daar niet toevallig? Nee, het is toch iemand anders. Het was de eerste supermarkt na de ouderwetse kruidenierswinkel van Stoute, waar van alles nog los verkocht werd, in papieren zakken, zoals we het nu wel weer zouden willen. Later kwamen de Aldi en de Edah en nog later de Albert Heijn, maar toen waren wij daar al weg.

Ate Vegter, 14 november 2018

www.atevegter.wordpress.com/28

Advertentie

4 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s