1231 Piep en pap vergeten de tijd

Zo vlogen we in alle rust boven Engeland, waar we volop genoten van het prachtige landschap. O, wat een heerlijk land, dacht ik, het is mooi, het is lieflijk en ruim en iedereen verstaat je. Waarom gaan we hier niet vaker heen? Ik was er vroeger wel eens geweest, maar de laatste jaren gingen we toch vooral naar Frankrijk en Piep was er dus nog nooit geweest, maar Engels sprak ze al wel een beetje.
‘Where do we go, Piep,’ vroeg ik, ‘where do you think we can disembark from the flying saucer?’
‘Hou op, pap!
Je bent echt niet grappig. Kijk liever even mee op de navigatie, waar we kunnen landen.’

Ze vroeg mij precies wat ik haar vroeg. We waren inmiddels al lekker opgeschoten, dus zo gek was de vraag niet. Ik liet me opzij zakken om beter op het schermpje te kunnen kijken. De schotel helde plotseling over.
‘Kijk nou uit wat je doet! Papa! Je brengt de piloot in de war! Je moet rustig blijven zitten, anders vliegen we straks nog ondersteboven.’ Ze wist wel dat dat wat overdreven was, maar ik schrok zelf ook. Gelukkig herstelde het evenwicht zich even snel als dat het verstoord was. Niets aan de hand.

‘Kijk, daar liggen allemaal kleine plaatsjes, Piep: Newton, Clifton, Swinford, Lilbourne. Die grote plaats daar is Rugby, dat is ook grappig.’
‘Nee, ik wil naar Lilbourne, want daar is Lilkleine geboren, denk ik. Zullen we daar naartoe gaan, Pap?’
Ik lonkte nog even naar het wat grotere en voor mij aantrekkelijke Rugby, maar Piep hield aan:
‘Hè, toe nou, Pap, het maakt toch niks uit. Laten we naar Lilbourne gaan. Dat is leuk!’
Ik had überhaupt geen idee wat ons beneden te wachten stond, dus het maakte mij ook eigenlijk niks uit:
‘Ja, doe maar, ga maar naar Lilbourne.’
Piep stak haar armen de lucht in en gaf me een dikke knuffel. De schotel sidderde. Daarna concentreerde ze zich op het scherm en tikte de nieuwe koers in.

Boven Lilbourne aangekomen leek het mij niks. Het was een gat, er leek niets te beleven en Lilkleine was er zeker niet geboren. Ik wilde naar Rugby, dat was net wat groter. Ik legde mijn bezwaren uit aan Piep. Ze trok haar schouders op, maar voerde de vijf letters van ons nieuwe bestemming in en zei:
‘Maar wat gaan we dan doen in Rugby?’
‘Patat eten! Fish and chips noemen ze dat hier.’
‘Maar we hebben helemaal geen honger!’
‘Let jij maar eens op! Ik heb nu al trek in een lekker visje, nou ja, straks bedoel ik.’
Langzaam zette de schotel de daling in. We landden keurig bij een fraai gebouw met een standbeeld ervoor, kennelijk een rugbyspeler. William Webb Ellis stond er op het voetstuk en daaronder zijn geboorte- en sterfjaar. 66 was-ie geworden.

We stapten uit en keken om ons heen. Er was niemand te zien.
‘Kijk, Piep,’ zei ik. Ik drukte op de oranje knop waarmee ons avontuur begonnen was en wachtte af. Langzaam kwam de zoemtoon weer op en ik zag de schotel kleiner worden, tot hij weer net zo groot was als Piep hem ooit gemaakt had. Ik drukte nu nog twee keer snel achter elkaar op het knopje. De schotel werd nu nog veel kleiner en als een Dinky Toy stak ik hem in mijn zak.
‘Wat doe je nou! Papa! Dat kan niet!’
‘Je ziet toch dat het kan. Kom, we gaan ergens eten. Ik moet trouwens ook plassen. Ga je mee? Piep?’
‘Papa, wat heeft professor Paf nou gezegd! Je maakt alles in de war!’
‘Ja, maar zo kunnen we wel lekker eten. Nooit geen honger is ook niks. Ga je nou nog mee of blijf je hier staan mokken bij die voetballer?’
‘Het is geen voetballer, maar een rugbyspeler. Dat weet je best en je weet ook heel goed dat nu alles fout gaat.’
Boos stampte ze met haar voeten terwijl ze me een hand gaf en we eerst maar eens op zoek gingen naar een wc.
Op dat moment ging mijn telefoon.

Ate Vegter, 17 november 2018
www.atevegter.wordpress.com/31

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s