1234 De intocht voorbij

Het gebeurt niet vaak dat ik de intocht van Sinterklaas mis, maar afgelopen zaterdag vierde mijn zus haar verjaardag en het hemd is nader dan de rok. We gingen naar Woudenberg waar de hele familie uitgenodigd was voor een gezellige lunch. Piep had een partijtje, dus zij moest beide feestelijkheden missen.

Behalve de intocht van de televisiesinterklaas miste ik ook de intocht van de echte Sinterklaas in Monnickendam. Geen boot in de haven, geen pepernoten, geen staf, geen pieten, geen rondrit voor ons huis langs dit jaar. We gaan zondag wel naar de intocht in Volendam, probeerde ik Piep nog te strikken, maar we waren amper uit bed zondag of ze gaf al aan niet naar Sinterklaas te willen. Het was koud, weet je.

Ik hou zelf erg van die kou, juist met Sinterklaas. Dat je vingers er bijna afvriezen, maar dat-ie er nog niet is en dat je stampvoetend wacht totdat-ie voorbij sjeest en je er als een haas op de fiets achteraan moet. Zo heb ik dat jaren gedaan, altijd alleen en altijd in de volle zekerheid des geloofs en altijd met een flinke oogst pepernoten en schuimpjes. In later jaren heb ik op mijn werk een paar keer voor Sinterklaas en voor zwarte piet gespeeld. Piet vond ik veel leuker. We maakten ons druk of de kinderen onze blote arm niet konden zien tussen handschoen en mouw, maar de gelovige kinderen zien het niet en de ongelovigen zijn ernaar op zoek: zie je wel! Precies hetzelfde zei mijn vader altijd over het lezen van de bijbel: de gelovige ziet God op elke bladzijde en de ongelovige vindt hem nergens.

Ach ja, weemoed en verlangen naar vervlogen tijden toen mijn vader nog bestond. Wist je dat hij maar 63 jaar geworden is, Sinterklaas bedoel ik, mijn vader werd 68. Hij gooide bij arme mensen goudbundels door het raam die terechtkwamen in schoenen die voor de haard te drogen stonden. De Sint bedoel ik. Mijn vader zou dat nooit doen, grote gek, wat doe je, zou hij zeggen.

Onze Turkse bisschop trok door Spanje, met een stoet van potsenmakers, minstrelen en clowns in zijn gevolg, Moren, Marokkanen, Spanjaarden. Later werd dat teruggebracht tot een zwarte knecht en na de oorlog werden het steeds meer zwarte pieten. In Apeldoorn liepen er ook veel herauten en padvinders mee, weet ik nog. Toen werden het allemaal pieten met eigennamen, als hoofdpiet, pakjespiet, wegwijspiet en natuurlijk pietje precies.

Tegenwoordig is de roetveegpiet in opmars, waar ik goed mee kan leven, al vraag ik mij wel af waar die roetvegen vandaan komen, zolang ze nog aan boord zijn. De roetvegen ontstaan pas in de loop der nachten, toch? Nog even terug naar Sinterclaes. De gevelsteen hangt op de Dam in Amsterdam. Sint zonder pieten, paard of baard. Vermoedelijk is dat allemaal pas na zijn dood ontstaan. Niet zo verwonderlijk, want hij is net als wij veel langer dood dan levend en dan krijg je op den duur de meest vreemde verhalen. Al met al zijn we er wel weer zoet mee tot en met de uittocht op 6 december. Ja, in Monnickendam zwaaien we hem echt uit, bij nacht en ontij, een lichtjesfeest waarbij we hem wegbrengen en een boom opzetten.

Ate Vegter, 20 november 2018

Lees ook oude stukjes
www.atevegter.wordpress.com/34

 

De gevelsteen van Sinterclaes op de Dam in Amsterdam:
https://www.amsterdam.nl/actueel/nieuws/sinterklaas/?fbclid=IwAR2wycLpQMX6D0FA1iDzzbx9ujp-hamGAVxRLwMa7fszzDlgpLDvbJ9e8dE

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s