1278 De vergeten jas

Zes keer ben ik al in slaap gevallen. Eerst drie keer tijdens de geniale serie van Elena Ferrante en daarna nog drie keer onder het lezen van Voor het Eerst van Herman van Veen. Daarna val ik echt in slaap. De eerste dag. We zijn begonnen met het opruimen van het oude jaar en kijken naar het Nieuwjaarsconcert met Willy Boskovski en het skispringen in Garmisch Partenkirchen. Dat zijn namen waarmee je kunt beginnen.

Ik heb alle Volvo’s die ik vorig jaar van mijn zus en schoonzus kreeg uitgepakt en in de boekenkast gezet. In één richting en niet op volgorde van bouwjaar. Ik heb nog even twee richtingen geprobeerd, maar voor je het weet heb je een busbaan en een onderdoorgang in je boekenkast. Bovendien strookt éénrichtingverkeer beter met mijn aanpak van de files, namelijk het alfabetisch rijden, dat wil zeggen dat je al je bestemmingen op volgorde van het alfabet afwerkt zodat alle verkeer dezelfde kant uitgaat. Dat scheelt enorm veel infrastructuur. Levert ook banen op voor het milieu en je komt nog eens ergens.

Daarna moet ik mijn jas ophalen, want die is voor zichzelf begonnen. Ik was hem al eerder kwijt, toen lag-ie bij de buren. Nu is het alweer zover en hij is niet bij de buren en ook niet bij de Bierderij. Misschien bij Loft 88 in Utrecht, waar we zaterdag geluncht hebben.
‘Goedemiddag mevrouw, met cetera, heb ik misschien een donkerblauwe herenjas bij u laten hangen zaterdag?’
‘Even kijken, nee meneer, er hangt hier geen blauwe leren jas.’
‘Nee mevrouw, een hérenjas, van Tommy Hilfiger.’
‘Ja meneer, die hangt hier wel’
‘O, dank u wel, mevrouw. Dan kom ik hem zo ophalen’.

In de auto op naar Loft 88, tussen al die families die bij familie op bezoek gaan. Kom ik daar, is er niemand, de vorige keer zit de hele familie er en nu zit aan diezelfde tafel een andere familie. Het voelt een beetje alsof het leven gewoon verder gaat wanneer wij er niet meer zijn, wat ook een waarschijnlijk scenario is. Mijn jas hangt er nog en ik krijg hem terug uit handen van de vriendelijke mevrouw die ik gesproken heb.

Op weg naar buiten sta ik achter iemand voor wie de slagboom niet opengaat. Déjà vu. Het duurt even en ik stap uit en bied aan haar te helpen. Ze geeft mij het parkeerkaartje, van de gemeente Tilburg, zie ik.
‘Hij zou het moeten doen,’ zegt ze.
‘Misschien heb je ook een kaartje van hier?’ vraag ik. Dat blijkt ze nog wel in haar tas te hebben. Even later zijn we weer vrij.
’s Avonds eten we soep en twee salades, het is januari hè. Ik lees samen met Piep Onder Moeders Vleugels en de rest weet je al.

Ate Vegter, 2 januari 2019
www.atevegter.wordpress.com/78

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s