1352 Een opmerkelijk bezoek aan de garage

Ik ben even naar de garage. Dat moet zo af en toe, maar ik ben er pas nog geweest en had gehoopt er voorlopig vanaf te zijn. Het leven gaat niet altijd zoals ik het bedenk en de Volvo maakt een wiebelige indruk bij de koude start de laatste dagen. Ze heeft beslist iets onder de leden.

Ik vertel mijn verhaal en loop naar de wachtruimte. Tot mijn verbazing zit ik daar al. Ik zit te lezen in een boek. Dat laatste verbaast mij niet maar wel dat ik daar zit, in die typische berustende houding van de wachtende klant, met die uiterlijke kalmte die alle innerlijke onrust verbloemt.

Ik wil mij niet storen, omdat ik er een hekel aan heb om in dergelijke situaties lastig gevallen te worden en ga met een korte groet aan de andere kant van de tafel zitten. Ik mompel wat terug, zonder echt op te kijken zodat ik niet zie dat ik naast mij ben gaan zitten.

Ik moet ernstig denken aan de verhalen van Piep en pap, waarin zij ook zichzelf tegenkomen. Toen was er sprake van een lus in de tijd, zodat de lezer wel kon verwachten dat zij zichzelf zouden ontmoeten. Het komt zelfs twee keer voor, ook omdat ze in de tijd gaan reizen en dan heb je al gauw de poppen aan het dansen.

Ik pak ook een boek, wat ik voor dergelijke situaties altijd in de auto heb liggen. Het is een bloemlezing van proza en poëzie van 1920 tot heden. Al mijn favoriete schrijvers staan erin en het is altijd een feest om even te smullen van al dat heerlijks. Wolkers, Van Ostayen, Daisne, Bordewijk, Belcampo, Reve.

Ik blader wat en begin dan met een fragmet uit De Zwerftocht van Belcampo, een boek dat ik in november 1977 zelf aanschafte, toen ik nog onschuldig psychologie studeerde in de fraaie stad Leiden, waar Piet Paaltjens ook rondzwierf.

Het fragment begint op het moment dat de ik-figuur met de trein naar Amsterdam gaat. Ik verstijf als ik lees wat ik lees:
‘Toen ik het portier geopend had, bleef ik verlamd staan. Ik zat er al. Ik was al ingestapt. Daar in de hoek, in enigszins bekommerde houding, zat ik.’

Ik kijk opzij naar mijn lezende ik, stoot mij aan en laat mij het fragment lezen.
‘Dat is wel toevallig,’ zeg ik, waarna ik mij weer verdiep in mijn boek, wat toch niet zo spannend kan zijn als het verhaal waar ik middenin zit, maar ik lees gewoon verder of er niets aan de hand is.

Ate Vegter, 16 maart 2019

www.atevegter.wordpress.com/152

1 Comment

  1. Belcampo was huisarts in Groningen natuurlijk onder zijn eigen naam Schönfelt Wiechers. Met zijn zoon zat ik op dansles. Zijn tweede vrouw in ernstige onmin met de kinderen uit zijn eerste huwelijk ontmoette ik een paar keer bij vrienden. De beste tijdverhalen schreef Robert A. Heinlein. Aan zijn veters omhoog is een klassieker, maar All You Zombies is mogelijk nog beter er zijn er meer. Heinlein schreef kennelijk graag verhalen waarin veel personen voorkomen die uiteindelijk allemaal de zelfde persoon blijken te zijn.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s