1404 Een mooie slinger

Ze zijn bijna klaar. Het parkeerterrein voor de parkeergarage is verdwenen. Een slordig gelegde noodweg leidt mij door een steenwoestijn naar de ingang van de parkeergarage. Ik pak een kaartje, rij naar binnen en zet de Volvo op een afgestreept hoekstukje. Anders moet ik misschien wel naar de derde verdieping.

Ik loop naar de voetgangersuitgang en sta buiten. Schuin tegenover mij is de hoofdingang. Het zicht erop wordt belemmerd door een nog vrij jonge boom. Ook staat er een hek en lopen er wegen die ik moet oversteken. Ik kan niet rechtdoor. Daar is vast over vergaderd. We luisteren even mee.

‘Dan nog de aansluiting van de hoofdingang op de parkeergarage. Ik stel voor een mooi voetpad met wat struweel aan de zijkant,’ begint de onderwerphouder.
‘Saai,’ verzucht een grijsgekrulde baard, terwijl hij verveeld aan zijn vanmorgen nog bijgeknipte snor plukt. Waar zijn de uiteindjes gebleven?
‘Nou ja,’ aarzelt de eerste nu, ‘de mensen willen graag op tijd op hun afspraak komen en na afloop willen ze weer gauw naar huis.’
‘Ja, om zo snel mogelijk hun slechte uitslagen met het gezinnetje te delen,’ lacht een kale veertiger cynisch, ‘Het moet wel verantwoord. De auto’s moeten er ook langs.’

En zo kwam het rechte pad er niet. Misschien dat de voorstanders wat beter voet bij stuk hadden moeten houden of misschien waren er geen voorstanders, maar alleen creatieve architecten die hun ei moesten leggen, in ieder geval staat alles mij in de weg op weg naar de ingang van het Antoni van Leeuwenhoek, die zich nog maar eens omdraait.

Ik loop naar rechts, steek over bij de zebra en probeer dan toch de kortste route te lopen, wat nu niet kan zonder geslinger. Bijna iedereen komt hier aan en loopt dit stuk naar de ingang. Kennelijk hebben ze wel aan de automobilist gedacht, wat ik fijn vind, maar jongens, we stappen ook uit.

Goed. Ik loop naar binnen. Ook daar is alles weer veranderd sinds mijn laatste bezoek drie maanden geleden. Ik kom hier nu al zeven jaar en zo lang duurt ook al de verbouwing. Vroeger was er een parkeergarage onder de hoofdingang. Dan was je al binnen wanneer je uitstapte. Maar vroeger is overhoopgehaald.

Het is druk op de afdeling bloedafname. Ik wacht en lees over Derek de Lint, hij is niet gefrustreerd en Herman Brusselmans, hij eet heel weinig. Dan ben ik aan de beurt. Ik krijg een prik en een pleister. Zelfde slingertje terug.

Thuis laat ik Piep mijn arm zien terwijl ik de pleister eraf haal. ‘Maar jij hebt geen blauwe plek!’ zegt ze, terwijl ze haar eigen arm laat zien. Inderdaad, nog steeds een blauwe plek. ‘Maar ik had alleen een prikje. Jij had wel een infuus in je arm. Dat is veel erger. Dan heb je wel blauwe plekken.’ We doen onze mouwen weer naar beneden en we doen een knuffel.

Ate Vegter, 7 mei 2019

David Bowie is Lazarus:
www.atevegter.wordpress.com/204

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s