1432 Martine Bijl 1948 – 2019

In het huis aan de Bergweg in Rotterdam hoor ik haar voor het eerst, in het huis van mijn broer, die daar woont sinds hij getrouwd is met zijn vrouw. In het huis met de trapleuning van touw en de rode vloerbedekking en de lamp van Naum Gabo, die ook het Ding voor de Bijenkorf heeft ontworpen. Ja, mijn broer heeft smaak en is kunstzinnig. Hij heeft ook een enorme volière in huis.

Die vogels zingen ongetwijfeld prachtig, maar de mooiste zang staat op de twee elpees die ik daar grijs draai als ik er moet oppassen op mijn eerste neef. Het zijn een elpee van George Moustaki met Le Métèque en de elpee Martine Bijl Zingt, met Het Bloemendaals Bos. Haar stem, zo teer als een hindergroen herfstblaadje, raakt mij telkens weer wanneer ik de naald met de lift in de groef laat zakken.

Lang blijft het bij dat liedje, totdat ze opeens in Wie van de Drie zit, met Albert Mol, Kees Brusse, Sonja Barend en Barry Hughes, ook allemaal dood, o nee, Sonja is er nog. Martine doet het met verve, die onschuldige vileine vragen stellen, met dat ondeugende lachje. Ze heeft er zelf misschien wel het meeste plezier in omdat ze in staat is het allemaal ter plekke te bedenken in plaats van een uitgewerkt script van de autocue te lezen, wat tegenwoordig usance is.

Ze doet haar hele leven veel verschillende dingen, maakt een paar eigen theatershows, schrijft en vertaalt televisie- en toneelstukken en weigert onnodige interviews. Wanneer Piep nog heel jong is kom ik Martine weer tegen als schrijver en verteller van sprookjes op rijm, samen met Ivo de Wijs.

Haar laatste publieke optreden verleent haar nog meer glans en glorie dan ze in al die jaren al heeft opgebouwd. Ze doet de succesvolle presentatie van Heel Holland Bakt zo fijnzinnig humoristisch vilein en leuk als je maar zelden ziet, zeg maar nooit, want er is maar één Martine Bijl. En ik weet het, ze heeft nog veel meer gedaan en geschreven en gepresenteerd. Haar veelzijdigheid is eindeloos.

Maar haar leven niet. Ze wordt in 2015 getroffen door een hersenbloeding en na het boek Rinkeldekink, waarin ze schrijft over het monster dat in haar gekropen is, over haar pijn en verdriet, komt nu ook voor haar de laatste zin, die ze zo vaak uitsprak tijdens Heel Holland Bakt: De tijd is om.

Ate Vegter, 4 juni 2019

Hij heeft nog niet geblunderd, nog niet:
www.atevegter.wordpress.com/232

Advertentie

3 Comments

  1. Mooi verhaal Ate, treffend omschreven! Ik had dezelfde ervaringen met haar verschijningen en genoot er net zo van.
    Le Métèque draaide ik jaren later nog als ik de onrust van het overvolle hoofd op nachtstand wilde zien te krijgen, meestal werkte dat wel. ☺

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s