1546 Mijn goede vader

Hoeveel mensen zouden mijn vader nog kennen? Hoeveel mensen die mijn vader gekend hebben zouden nog leven? Hoeveel van die mensen die hem gekend hebben denken nog weleens aan hem? Het zijn van die vragen die je bezig kunnen houden op de bushalte.

Je staat te wachten op de bus, je kijkt naar die moderne halte, die precies aangeeft hoe lang je nog moet wachten: 416 Amsterdam Centraal 2 minuten. En dan opeens is er zo’n gedachte, je kent dat wel. Opeens zie je je vader ook op de bus staan wachten, wat-ie eigenlijk nooit deed, want heel vroeger reed hij auto en de laatste jaren brommer, met een knalgele helm op.

Hij ging dan naar zijn werk of naar de kerk of naar de slijter. Als je die drie bestemmingen in een grafiekje naast elkaar zou zetten zie je drie bergen die in juist die volgorde toe- en afnemen. Hm, het is misschien geen duidelijk beeld, maar de laatste jaren ging hij vaker naar de slijter dan naar de kerk.

Liever las hij in bed twee goeie preken van Benne Holwerda, zei hij dan, wanneer hij daar op aangesproken werd. Hij las uit ‘De dingen die ons van God geschonken zijn’, een dik boek met alle 52 catechismuspreken van deze door hem zo geliefde dominee, die hij ook persoonlijk gekend had en waarmee hij heel wat had meegemaakt. ‘Breek me de bek niet open,’ zei hij dan, als je daarnaar vroeg, terwijl hij stug doorat van zijn roggebrood met overjarige kaas, die hij opborg naast de mixer en die wij gele kaas noemden omdat we zelf vaak die bleekscheterige blokkaas van Eyssen aten, die goedkoper was, omdat mijn moeder het geld liever aan onze studie besteedde dan dat ze het naar de Co-op bracht om onze gulzige monden koest te houden en als er iemand was die wist hoe vaak je een dubbeltje kon omdraaien voor je het uitgaf, dan was het wel mijn moeder, in tegenstelling tot mijn vader die je gerust zijn laatste tientje gaf zonder zich verder ergens om te bekommeren.

Mijn vader, die op mijn huidige leeftijd subiet weigerde om de toen populaire Pas65 aan te vragen. Hij keek niet eens naar het formulier, schoof het weg alsof het de besmettelijke tering was, schudde zijn hoofd met baard en concentreerde zich weer op zijn cryptogram: ‘Daar mag u naar raden, zeven letters.’ Was het ijdelheid? Had het met de oorlog te maken? Nooit zou hij iets om geld geven, laat staan om een pasje met leeftijdskorting, terwijl mijn moeder toch zorgvuldig de aanbiedingen uitploos en dan mijn broertje op pad stuurde: ‘Als de rookworst nog in de aanbieding is voor 89 cent, dan koop je er tien en als ie gewoon 98 cent is dan koop je niks.’ Ja, mijn broers en zussen en wat neven en nichtjes zullen zich mijn vader en moeder nog wel herinneren, maar wie nog meer?

Ate Vegter, 26 september 2019

www.atevegter.wordpress.com
www.1001gedichten.wordpress.com

1546a.png

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s