1632 Jules Deelder dood

‘De dood is hier, de dood is daar, de dood is ver, de dood is na, de dood is sterk, de dood is zwak, de dood is wit, de dood is zwart, de dood is hard, de dood is wreed, de dood is zacht, de dood is week, de dood is goed, de dood is fout, de dood is warm, de dood is koud, de dood is waar, de dood is echt, de dood is krom, de dood is recht, (…) de dood is fier, de dood is trots, de dood is trouw, de dood is honds, de dood is schots, de dood is scheef, de dood is ach, de dood is wee, de dood is niks, de dood is bluf, de dood is mist, de dood is lucht, de dood is punt, de dood is uit, de dood is kut.’

Je hoeft Deelder maar even aan het woord te laten en je hoort al dat hij de dood net zo goed kent als Rotterdam. Maar hij introduceert dit gedicht met de woorden: ‘Ja, daar komt-ie. Zullen we toch de koe maar even bij de hoorns vatten: De Dood…’ Hij had ook ontzag voor de dood. Meer ontzag voor de dood dan voor het leven misschien. Hij wilde als jonge dichter sterven maar toen bleek dat hij dat niet ging redden, zei hij, als het niet heel jong kan, dan maar heel oud sterven, maar niet half ergens in het midden.

Zo leefde hij ook, het haar strak achterover, meestal een zwart, maar altijd een keurig pak, de hele stad was in rep en roer toen hij een spijkerpak droeg, waar hij erg gek op was, een strakke zwarte vlinderbril, zoals de meisjes die in de jaren zestig in het roze droegen en altijd duidelijk in zijn taal. Zijn gedichten spraken boekdelen. Hij gebruikte veel speed, maar had geen huisarts. Nergens in het midden. Het is weinig mensen gegeven zo volgens hun principes te leven. Ze zijn er wel, maar dan is het meestal vervelend, irritant en opdringerig. Niemand kon zo goed dichten, kon zich zo goed kleden, kon zo goed leven als Jules Deelder. Zo ongenadig zichzelf. En nu zo ongenadig dood. Dat hij dichte in vrede.

Nou, nog eentje dan. Uit ‘Rotterdamse kost’:

Kanen knagen
hooien grazen

schaften makken
pruimen prakken

bunkeren bikken
happen slikken

haggelen snaaien
lossen en laaien

Rotterdammers
doen het gaarne

zolang het maar
géén tafelen wordt

Nou, vooruit dan maar, de laatste:

‘Rotterdam
is een stad

waar gewerkt
moet worden

en van vreem-
de practijken

zijn we hier
niet gediend’

merkte de ka-
nenbraaier op

Ate Vegter, 20 december 2019

De Wijnroute in Monnickendam:
www.atevegter.wordpress.com/432

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s