1676 Geheim Genootschap 2

We kijken elkaar wat schaapachtig aan. Dan schieten we allebei in de lach. Ze denken toch niet? Fred zegt dat-ie onder geen beding dat pak zal aantrekken, maar op het moment dat hij begint te praten, beginnen de mannen, ik weet niet of het allemaal mannen zijn of gemengd bedrijf, maar in ieder geval begint op dat moment iedereen zacht te zoemen, als een tros wilde bijen.

Ik kijk hem aan en buig iets naar hem toe: ‘We zien wel. Laten we het doen. Ik wil weten wat het is…’ Op dat moment zoemen ze zo hard dat ik zeker weet dat ik kan horen dat er ook vrouwen tussen zitten, wat mij verbaast. We kijken de knakker naast ons aan die nu in een mooie glooiende beweging een cape ontplooid en aan mij geeft. Ik trek mijn jasje uit en geef dat aan hem. Dan sjor ik de blauwe stof om mij heen. Hij helpt mij gedienstig en geeft dan de muts aan die ik ook opzet. Nu is de wereld een ander verhaal realiseer ik mij, terwijl ik door de keurig uitgeknipte en afgebiesde kijkgaten naar buiten loer. Hij gebaart mij dan de andere cape op te pakken en aan Fred te geven. Ah! Zo doen ze dat dus. Ze maken je gelijk medeplichtig. Fred kijkt mij wat hulpeloos aan, maar trekt het hele spul toch aan.

We gaan zitten. De deurman wacht nog even tot de stilte is hersteld en loopt dan terug naar de brede dubbele deur, mijn jasje netjes opgevouwen over zijn arm. Fuck! Waar gaat dat heen? Ik bedenk dat alles wel goed zal komen en dat mijn stappenteller nu al zijn bewegingen bij mijn resultaten zal optellen en met een klein gevoel van triomf keer ik mij naar de tafel. Ik kijk Fred aan die vooruit kijkt, zodat we geen oogcontact hebben. Ik stoot hem aan. Nog kan ik zijn ogen maar amper zien, maar ik meen dat hij het ook spannend en amusant vindt, maar in een andere verhouding dan ik.

Er gebeurt verder geen bal. Die gasten hebben tijdens de hele verkleedpartij nog geen woord gewisseld. Ze hebben alleen zitten zoemen toen wij praatten. Dan ken nog wat worden. Misschien is het alleen maar een oefening in geduld en pakt straks iedereen z’n biezen. De zaal waar we zitten is fors, hij is schaars verlicht, helaas niet door kaarsen, wat je zou verwachten, maar er zit wel een dimmer op. Ook hier gaan ze met hun tijd mee. Ik zie dat er donkerblauwe gordijnen voor de ramen hangen, met daar achter nog zwarte zonwering als ik het goed heb, zodat elk licht van buiten buiten blijft. Toch is de stemming aan tafel opgeruimd, misschien doordat niet iedereen ijselijk doodstil is en de meesten er ook vrij normaal bij zitten. Het heeft zo ongeveer de plechtigheid en de gezelligheid van een kloosterorde, maar dan zonder woorden, bier, bijbels of bitterballen.

Ate Vegter, 1 februari 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s