1680 Mijn moeder de vrouw

Vandaag is de verjaardag van mijn moeder. Ik zou nu moeten zeggen dat het haar geboortedag is, want ze is tien jaar geleden overleden, maar ik krijg dat niet over mijn lippen. Het is nog steeds haar verjaardag en ook al verjaart ze niet meer, we vieren het toch.

We vieren het als kinderen door vandaag met elkaar koffie te drinken en te lunchen, een idee van mijn zusje. Ik geloof dat het de bedoeling is dat we fotoboeken en herinneringen meenemen. Het is in ieder geval een dag te harer gedachtenis. Dat is mooi. Ik denk graag aan mijn moeder. Hoe dood ze ook is, ze staat nog altijd dicht bij mij, net als mijn vader, die al veel langer geleden overleden is.

Ik sta min of meer klaar voor vertrek en heb wat fotoboeken in een Dirk-tas gedaan. En er zit ook een klein boekje in van Andreas Oosthoek. Gisteren was ik met Piep en Lief en haar tweelingzusje even naar de kringloop in Hoorn. Lief had lieve, witte potjes voor haar cactussen gevonden en Piep een eenwieler! Ze kwam er trots mee aan en vroeg wat ik duur vond voor een eenwieler. Ik zeg vijftien euro. Hij kostte precies vijftien euro. Mag ik hem hebben? Het mocht. Nu gaat ze ermee oefenen als Oerm.

Ondertussen stond ik natuurlijk op de boekenafdeling. Die is allemachtig groot bij de Noppes in Hoorn. Peter Buwalda’s Bonita Avenue ligt er wel drie keer en de Millenniumtrilogie kun je hier ook gemakkelijk vinden. Helaas geen boeken van Jeroen Brouwers, maar wel viel mijn oog plotseling op een boekje van Andreas Oosthoek: De Moeder de Vrouw, Mythe en misverstand rond het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff. Ik wist dat het er voor mij stond – voor mijn moeder:

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap, wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Daar hoef je verder niets aan toe te voegen. Misschien ziet iedereen wel net als Nijhoff zijn eigen moeder voor zich bij het lezen van dit gedicht. Ik zie mijn moeder voor mij terwijl zij aan de was is in de badkamer. We hebben nog geen wasmachine. Het is nog voor 1968. De was ligt in het bad met een builtje Reckitt-blauw en ze roert in de was met een brede, platte stok. Voordat ik haar zie heb ik haar al gehoord, terwijl ik de trap oploop naar boven. Zij zingt en ik hoor dat het een psalm is.

Ate Vegter, 5 februari 2020

1680b

1 Comment

  1. Ik vier ook altijd met een tompouce de verjaardagen van mijn ouders, overleden in 2000 en 2001, maar voor mij nog altijd speciale dagen!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s