1733 Liever naar huis 2

Ik had er niet alleen op weg naar huis spijt van dat ik niet in het ziekenhuis was gebleven, het was immers maar voor een nachtje en ik wist zeker dat ik dan de volgende dag naar huis mocht, ik heb er heel lang spijt van gehouden, als je dat zo kunt zeggen. Hoe interessant was het niet geweest om die nacht wel in het ziekenhuis te blijven en een ervaring op te doen in een omgeving die ik alleen kende uit de verhalen van mijn grote zus, die in het ziekenhuis werkte, met veel liefde voor de patiënten en veel lol met de andere zusters, zoals we verpleegkundigen toen nog noemden.

Het had best gekund, want de dokter had het zelf gezegd. En was ik nou eigenlijk wel zo stoer dat ik naar huis wilde of was ik toch een echt moederskindje dat bang was voor het ziekenhuis? En waarom was het belangrijk om stoer te zijn? Ik geloof dat ik op het moment van de beslissing meer bang was dan stoer, zo bedacht ik in de weken erna, die weken dat ik rustig aan zou moeten doen. Ik kan mij daar verder weinig van herinneren behalve dat ik heel lang elke maandag hoofdpijn had. Dat had ik ook niet geloofd als ik het niet zelf zou hebben meegemaakt, maar behalve dat ik uit schaamte het woord hersenprikkeling nooit in mijn mond durfde te nemen, had ik elke maandagmiddag – want zo specifiek was het – hoofdpijn.

Ik weet dat nog omdat ik in die tijd bij een schoenmaker werkte, A.J. Cleijpool, aan de Juliana van Stolberglaan, een goedmoedige kerel, met een vreemde menagerie aan hulpkrachten. Zo werkte daar een man wiens handen volkomen vergroeid waren, zodanig dat de vingers een klomp vormden. Hij kon er nog heel goed spijkers mee inslaan en shaggies draaien. En een man die voortdurend met zijn kalende hoofd schommelde, terwijl hij mij scheel aankijkend luisterde naar de filosofieën van de schoenmaker. Ik voelde mij daar volkomen thuis en op mijn gemak. Ik ging op maandag bij mensen in Schiebroek langs om te vragen of ze nog schoenen te repareren hadden en op vrijdag bracht ik ze dan weer terug. Dat klusje was kennelijk net even te veel voor mijn arme hersentjes. Later zakte de hoofdpijn langzaam weg. Het duurde nog 44 jaar tot ik in 2012 voor het eerst een nachtje in het ziekenhuis mocht doorbrengen.

Ate Vegter, 29 maart 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s