1817 Een nieuw licht

Er komt een nieuw dakraam in de ruimte bij de piano. Ik weet nooit of we die ruimte het halletje, de bijkeuken of het klompenhok moeten noemen, of de kleinste concertzaal van Waterland, met z’n rode bioscoopstoelen. Vroeger was het gewoon buiten, tussen het huis en de schuur. Vorige bewoners hebben er binnen van gemaakt en nu willen wij weer wat meer licht van buiten dat naar binnen valt.

We hebben de helft van de planken losgeschroefd en Lief heeft alles in de grondverf gezet en buiten gezet. Dan begint het te regenen.
‘Het zou niet gaan regenen!’ zegt ze terwijl we alles zo goed en zo kwaad als het gaat onder de parasol leggen.
‘Er wordt geen neerslag verwacht,’ zeg ik met een blik op weer en buienradar, maar het regent inmiddels al behoorlijk.

Piep gaat ergens logeren en wij gaan dan maar gezellig uit eten.
‘Zullen we naar de haven lopen, dan zien we wel, bij Beuqz of De Waegh of de Vis.’
‘Bij de Vis hebben we pas nog gegeten.’
‘Laten we De Waegh doen.’
We eten heerlijke bavette en sliptongetjes. En ze hebben er alcoholvrije wijn, wat een compliment waard is. We praten over het leven zelf. Dat mijn stemming niet altijd zo mooi is als ik in mijn stukjes schrijf.
‘Dat klopt,’ zeg ik. ‘Ik filter het een beetje.’
Toen je met Piep naar Amsterdam ging schreef je niet dat je chagrijnig was toen je thuiskwam.’
‘Ik was niet chagrijnig.’
‘Je wilde nooit meer met haar winkelen.’
‘Nee, ik zei dat ik de volgende keer niet meer wilde winkelen, maar alleen even een broek wilde halen en weer terug naar huis. Het lag niet aan Piep. Het was heel gezellig met Piep, maar ik moest wel drie keer plassen. Daar werd in chagrijnig van.’
‘Maar daar zei je niks over.’
‘Nee, dat vind ik lastig. Ik had er eerst wel over geschreven, want ik was juist zo blij dat de Hema open was omdat ik moest plassen en toen we koffie hadden gedronken, moest ik alweer plassen. Toen vroeg die aardige mevrouw nog of ik buikpijn had en legde ik haar uit dat ik het niet goed kon ophouden. Toen gingen we schoenen kopen voor Piep en toen die spijkerbroek, waarvoor ik eigenlijk naar de stad ging en toen moest ik weer plassen. Dus wij weer naar die fucking Hema en toen zei die mevrouw dat ik nu wel een keer gratis mocht en dat was natuurlijk lief, maar ook heel grappig. Maar ondanks dat ik dat wel van plan was heb ik daar niet over geschreven. Althans, ik heb het er weer uitgehaald. Ik vond het een beetje gezeik.’
‘Maar je bent soms best wel chagrijnig.’
‘Ja, ik heb wel wat last van wisselende stemmingen, misschien.’
‘Van de medicijnen.’
‘Dat denk ik.’
‘Dat denk ik ook.’
Ze lacht.
Eindelijk.

Ate Vegter, 21 juni 2020

 

3 Comments

  1. Heel eerlijk verhaal Ate, en ook goed om over te schrijven. Ik herken de chagrijnige houding nav chronische rugpijn. Het is goed om dan iemand naast je te hebben die… lacht!

    Geliked door 1 persoon

  2. Mooi zo openhartig! Eerlijk, oprecht en wat toch begrijpelijk is? Ik ben ook wel vaker dan eens chagrijnig, veel pijn en te weinig energie door ook ziek te zijn, maar heerlijk als dan iemand lacht!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s