1862 Een gezellig infuus

Sinds een tijdje krijg ik elke maand een infuus toegediend door Erno van Dam, werkzaam voor het herstel van de verkankerende medemens. Het is altijd een gezellig moment van de maand en de toediening van het infuus is een ritueel met veel interessante aspecten, waarover ik niet te veel zal uitweiden, want laatst zei een collega tegen mij op een vriendelijke, maar ook verwonderde toon: ‘Jij vindt alles interessant,’ en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn want dan devalueert zo’n begrip met de dag.

Zo’n zoledroninezuurinfuus kan ik iedereen aanraden, want je wordt er heel sterk van, maar de telefonistes van Sanatheek denken daar anders over. Zij bellen een paar dagen van tevoren met de aanzegging dat het pakje eraan komt. Erno mag het niet zelf meenemen, want dan krijg je misschien zomaar het verkeerde infuus toegediend en dan heb je sterke spieren in plaats van sterke botten en daarvoor gaan we al naar de sportschool.

De eerste keer belt een aardig meisje en ik hoop tegen beter weten in dat ze het zelf even langsbrengt, maar de tweede keer is het een degelijke dame die mij wel even zal vertellen hoe en wat: ‘Wanneer schikt het u, meneer Vegter?’ ‘O, dat maakt niet uit, ik ben de hele week thuis.’ Maar wanneer wilt u dat het bezorgd wordt, want u moet er wel voor tekenen.’ ‘O, dat is prima, maar anders leggen ze het wel in de buitenkast, die staat ervoor.’ ‘Nee meneer Vegter, dat mag absoluut niet. Het moet persoonlijk aan u overhandigd worden en u moet er zelf voor tekenen, zodat het niet in verkeerde handen komt.’ Ik stel mij van alles voor bij die verkeerde handen die dan van alles zullen uithalen met mijn infuus. Het lijkt mij een vergezocht probleem, maar mevrouw Sergeant denkt daar heel anders over: ‘Als dat werkelijk zo is, meneer Vegter, dan moet ik daar wel werk van maken, want dan moeten we de bezorger daar op aanspreken.’ O Jezus, nu heb ik zomaar iemand in de problemen gebracht met mijn geleuter. Ik moet alles ontkennen: ‘Nee, ik bedoel dat gebeurt wel met andere pakjes, maar het infuus heb ik altijd zelf aangenomen en ervoor getekend natuurlijk. Dat spreekt vanzelf. ‘O, dan is het goed meneer Vegter, wanneer schikt het u?’ Nu zijn we terug bij af. ‘Wanneer komt Erno?’ ‘Wie is Erno, meneer Vegter, als ik vragen mag?’ Dat is degene die het infuus aanlegt, mevrouw.’ Ik durf haar nog geen mevrouw Sergeant te noemen. ‘O ja, dat is meneer Van Dam meneer Vegter en die komt diensdag om tien uur.’ Nu pas valt mij haar Duitse accent op. ‘Doet u maar maandag.’ ‘Prima, meneer Vegter, hoe laat had u gedacht?’ ‘Tien uur, mevrouw.’ Deze aanpak werkt beter. ‘Dank u wel, meneer Vegter. Zorgt u dan wel dat u thuis bent.’ Ik zucht nog maar eens hoorbaar. ‘Dat zal zeker en vast gebeuren, mevrouw. Ik geef mijzelf huisarrest.’ Ze lacht nu tot mijn verbazing, ik had eigenlijk niet meer op humor gerekend: ‘Dat lijkt mij verstandig, meneer Vegter, hinnikt ze, ‘dan wens ik u nog een fijne dag, meneer Vegter!’ ‘Dan wens ik u van harte hetzelfde mevrouw Sergeant.’ Klik. Als ik nog één keer meneer Vegter hoor…

Vanmorgen om tien uur klingelt de bel. Ik sta onder de douche. Ik hoor Lief naar de achterdeur lopen en een aanpakgesprekje voeren. Dan roept ze naar boven: ‘Ate, wat is Sanatheek?’ ‘Dat is het infuus voor morgen.’ ‘O, oké.’ Ik hoef er toch niet zelf voor te tekenen. Laat mevrouw Sergeant het maar niet horen.

Ate Vegter, 5 augustus 2020

voor nog meer verhalen:

www.atevegter.wordpress.com

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s