1918 Van Volvo naar Volvo

We rijden naar Apeldoorn, stad van mijn geboorte en mijn vroege jeugd, mijn verwoest Arcadië, mijn paradijs op pootjes. Op de radio klinkt Schubert en waar Schubert is, is Brahms nooit ver weg, maar op dit moment lijkt Brahms verder weg dan ooit en met elke kilometer verdwijnt hij meer en meer in de ochtendnevel. Schubert sleurt ons ongenadig mee in zijn peilloze verdriet.

De auto hangt vol weemoed en rode melancholie. Waarom hebben we dit gedaan? Kon het niet anders? Er is nu nog een weg terug. Keer om! Keer om! Maar iemand heeft in de woestijn de weg recht gemaakt en we rijden maar door, een nieuw leven tegemoet. Ik prik met mijn vinger in het gat in de bekleding en ik kijk naar de oplopende kilometers. Ze vliegen voorbij. Bijna 444.000, het is goed.

We kijken elkaar aan met vochtige ogen, vochtige ogen zonder woorden, maar met een stil verlangen de tijd stil te zetten. Je lacht, maar ik zie ook een traan. We hadden het nooit moeten doen. Het was veel verstandiger geweest om in de oude 240 te blijven rijden, de rede geeft dat duidelijk aan en de emoties staan ook allemaal op rood. We rijden vol gas tegen alle gevoel en redelijkheid in, alsof de wolven van Drs. P. achter ons aanzitten. Waarom wil ik zo nodig een nieuwe trojka? Om nog harder te kunnen vluchten.

Laten we het drift noemen. Dat is het niet, maar laten we het zo noemen. Daarom wil ik een andere auto. Stoerder gaat niet echt, maar dit is wel een poging. Van een rooie rebel naar een automaat vol paardenkrachten, van een vierkante allemansvriend naar een wolf in schaapskleren met mondkapje. Laten we zeggen dat het om snelheid gaat. Dat is het ook niet, maar laten we doen alsof. Dat is beter te harden dan de wrede werkelijkheid. Voor de ware beweegredenen kan ik de woorden niet vinden. Ze vallen weg in een onafzienbare zee van gezeik, bij een met eeuwige sneeuw bedekte berg luiers. Zodra ik er iets over wil zeggen zegt hij: je moet gewoon je bek houden en doorrijden, alsof hij een cijferslot op mijn lippen zet: 34-RT-TT. Daarom laat ik ook mijn haar groeien zolang het nog kan, maar ik durf het niet te zeggen. Het is hetzelfde verhaal.

Ik laat het gas los en draai naar het Veluwse landschap tussen loslopende schapen en kippen. Na eindeloos veel slingerende weggetjes rijden we het garageterrein op aan de Zwolseweg in Apeldoorn en we zetten bij Harry’s Auto’s de Volvo naast de Volvo. We laden alles over, drinken koffie en maken de papieren in orde. Ik bel mijn verzekering. Harry legt uit hoe de AWD werkt – gaat vanzelf – en maakt met veel moeite de trekhaak los. Ik leg hem in doeken gewikkeld als een zware baby in de kofferbak. We rijden rustig het terrein af. Ik zie Harry zwaaien in mijn spiegel. Naast hem staat een engel die zijn duim opsteekt, dan zijn vleugels  uitslaat en traag wegvliegt alsof hij beschikt over een automatische versnelling. Het zal wel loslopen.

Ate Vegter, 29 september 2020

http://www.atevegter.wordpress.com

3 Comments

  1. Hoe we gehecht raken aan dat waar we ons prettig in of bij voelen. Wens je veel plezier met deze Volvo en veel veilige kilometers in het verschiet!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s