1925 Ai, ziet hoe goed

Het is nog voor zeven uur. Ik sta op en ik ga er mee naar bed, die tijd. Alles draait om tijd. Kom op tijd. Verleden tijd. Voltooid verleden tijd. Voorbij. Ik trek mijn pyjama aan en mijn kamerjas en ga naar beneden. Ik zet koffie en dek de tafel. Dat is zo de gewoonte hier tegenwoordig. Dan geef ik de katten eten. Ze zijn er nog niet. Tommy is de hele nacht buiten en Lilly sliep bij Piep, maar ze glipt nu langs mijn benen naar buiten.

Het geeft niet. Alles staat klaar voor hen die willen. Even later hoor ik wat gestommel op de trap, aan de lichte tred hoor ik dat het Piep is. Ze komt binnen, geeft me een knuffel en gaat aan tafel zitten. Het is mijn broer. Hij zit aan tafel en begint een boterham te smeren. Waar is de komijnekaas, vraagt hij. Er is gele kaas, zeg ik, extra belegen en extra oud. En jam, vraagt hij. Jam staat in de ijskast. Het is de koelkast maar toen zeiden we altijd ijskast en ik heb sterk het vermoeden dat deze scene met toen te maken heeft. Hij staat op, pakt de jam en smeert een boterham met jam die hij in kleine stukjes snijdt en aan zijn vork prikt. Hij heeft een pak aan en maakt zijn nagels schoon met zijn zakmes, dat nog stamt uit de periode dat hij in het leger zat.

Dan komt Lief naar beneden. Terwijl ze de deur open doet en aan tafel gaat zitten transformeert ze tot mijn andere broer. Is er thee? Er is koffie. Hij gaat zitten. Ik schenk koffie voor hem in en hij smeert een stapel boterhammen waar je u tegen zegt. Hij maakt een stapel van vier, snijdt ze schuin doormidden en schuift ze in een plastic zakje, dat hij daarna vacuüm zuigt met zijn lippen en vervolgens de nek omdraait. Hij herhaalt dit proces met de volgende vier. De acht boterhammen verdwijnen in zijn tas. Nu smeert hij nog een boterham. Is er boterhamworst, vraagt hij. Er is boerenmetworst en ham, zeg ik. Hij zucht en smeert zijn brood met boter en pindakaas, klapt het daarna dubbel en werkt het naar binnen met een paar slokken koffie. Het is mooi zoals we hier als jongens samen aan tafel zitten. Het is hier net het oude testament met de zonen van hetzelfde huis die als broeders samenwonen. Goed om te zien.

Dan kleppert het kattenluikje en komt Tommy binnen. Lilly kleppert achter haar aan als een zwarte piet achter sinterklaas. Ze lopen naar de gevulde bakjes en beginnen te eten. Ik kijk ernaar en kijk dan weer terug naar buiten. Mijn broers zijn verdwenen in de tijd. Lief en Piep eten nietsvermoedend hun crackertjes. Ik zet de jam weer terug in de koelkast.

Ate Vegter, 6 oktober 2020

www.atevegter.wordpress.com

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s