2003 Zestien Jaar

Mijn vader repareert van alles zelf. Van drie kapotte fietsen maakt hij één goeie en er staan altijd hele en halve solexen en berini’s in de garage. We rijden er graag op en daar wacht ik niet mee tot mijn zestiende verjaardag. Dat gaat goed tot het fout gaat op deze bewuste maandag. Ik rijd op de Straatweg, wanneer er opeens vlak voor het politiebureau twee agenten de weg opstappen en mij aanhouden. Eén geeft een stopteken en de ander grijpt mij bij de arm, waardoor we in onbalans raken en samen op de stoep belanden. De eerste springt nog net op tijd opzij, al maakt hij niet een al te lenige indruk. Zij waren geknipt voor de rol van Jansen en Janssen. Kortom, het belooft een vrolijke middag te worden. 

Wanneer we op de stoep staan, begint het verhoor:
– Zo, jongeman, op de brommert?
– Eh, ja.
– Hoe oud ben je dan?
– Zestien.
– Geboortedatum?
– 21 mei 1952. (Ik bedenk dat ik alleen het jaar moet veranderen anders wordt het te ingewikkeld.)
– Zo dan. Hm. We gaan even naar binnen, brigadier. Neem jij even dat eitje, dan zal ik deze jongeman de weg wijzen in het bureel.

We lopen naar het politiebureau waar de brigadier de Berini tegen de muur zet en ik op een lange bank in de wachtkamer moet plaatsnemen. Vervolgens verdwijnen de petten zonder nog verder iets te zeggen door een glazen klapdeur. Ik moet lang wachten. Af en toe komt er wel iemand langs, maar die geeft geen sjoege en loopt gewoon naar buiten, alsof ik er niet ben. Uiteindelijk komt de brigadier alleen terug. 
– Ik heb je moeder gebeld. 
Hij kijkt mij vragend aan.
– Je bent geen zestien, hè?
Ik buig mijn hoofd zo nederig mogelijk. Tegen mijn moeder kan ik niet op. 
– Die bromfiets nemen we in beslag. Je vader kan hem morgen komen halen. Ga maar naar huis en pas een beetje op.
– Dankuwel agent, zeg ik beleefd. Waarom ik die gast bedank is mij nog volslagen onduidelijk, maar opgelucht ga ik naar buiten. 

Ik loop de hele weg naar huis terug en bereid mij voor op de confrontatie met mijn moeder, die ontzag voor het gezag hoog in het vaandel heeft staan. Thuis loop ik meteen door naar de badkamer, waar zij doende is. 
– Stom hè, begroet ik haar. 
Ze hoort het niet.
– Van die brommer, zeg ik wat luider.
Mijn moeder kijkt nu verstoord op. 
– Welke brommer? Wat is er?
Ze is met een platte stok in de was in het bad aan het porren en is daar met al haar aandacht. Een wasmachine krijgen wij pas later, wanneer mijn ouders 25 jaar getrouwd zijn. Ik voel een golf nattigheid. Ze weet het nog niet. Ze hebben haar helemaal niet gebeld. Ik moet het haar nu zelf vertellen. Ik voel me zeldzaam in de zeik genomen.

Ate Vegter, 15 december 2020

13 Comments

  1. Geweldig verhaal. Ooit kreeg ik op mijn 16e de Solex van mijn oom. Probleem was dat die in Hengelo woonde. Oplossing was dat ik in een dag van Hengelo naar Leiden ben gereden op mijn nieuwe aanwinst, de Solex.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s