2239 Naar huis en langzaam

‘Ik wil wel weer naar huis,’ zegt Piep, wanneer we na het avondeten wat zitten te mijmeren en het uitzicht van de tweede camping van deze vakantie in onze ogen laten zwemmen. Het is een tennisbaan, maar als je naar het spel kijkt kun je wel begrijpen dat er geen tribunes omheen staan. Misschien moet ik wat minder kritisch zijn en andere mensen laten genieten van hun spelletje.

Ik zou zelf ook wel weer naar huis willen. Een week is toch lang genoeg om er helemaal uit te zijn, maar ik realiseer me ook dat het hier en thuis op nogal wat praktische bezwaren zou stuiten. Toch laat ik de gedachte niet los. Even naar huis voor een dag of wat en dan weer verder. Even het gras maaien, kroelen met de katten en de post en de kranten doornemen. Ik kan de krant hier ook lezen, maar je moet hem eerst downloaden in het restaurant en dan nog is het maar de vraag of het lukt. Mijn data vliegen de deur uit, maar ja, vakantie.

Als ik dan toch een paar dagen thuis zou zijn, dan zou ik even over het bedreigde Marijkeveld lopen. Het is zo’n mooi stukje waar ik anders nooit kom want het is echt voor de aanliggende bewoners en voor kinderen die een balletje willen slaan of trappen. Zullen ze nou echt het bewijs van de belofte dat het niet bebouwd zal worden eisen? Kunnen ze niet met elkaar praten? Dat doen ze natuurlijk wel. Die sporthal moet maar naast de voetbalvereniging komen. Laat die kinderen toch fietsen.

Ik kijk ook nog even bij de rookerij van Lange Ben. Die is toch mooi tegen de vlakte. Fijn dat ze ook in de oude stad nieuwe huizen gaan bouwen. Ik hoef niet naar het Galgeriet, want daar zal nog niet veel veranderd zijn. Over vijf jaar misschien nog eens kijken. Ik ga gauw weer terug naar de camping, waar tijdens mijn dagdromen de zon in de zee is gezakt.

Ate Vegter, 25 juli 2021
Zelfmoord. Een moordverhaal:

www.atevegter.wordpress.com/239

P.S. Ik ga langzamer leven. Je kunt ook nauwelijks anders hier. Er is amper internet, er is geen Deen, er is geen Nederlandse taal. Water is ver weg, de zee is nabij. Er is eigenlijk niks, alleen laag water met een opkomende zon, nat zand met talloze schelpen en mosselen en oesters en zwarte kleine priegeltjes die naar je toe rennen of weg. In de verte zie ik Renze lopen. Er is altijd de branding, als eeuwige troost. Er is bruin afval uit de hoogkronige groene naaldbomen, waardoor je voetstap wordt verzacht. Ik hoor een duif koeren. In een trage cadans.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s