2260 De Stilte

Confuus heeft de hele morgen nog niets gezegd. Het valt Willy Wally ook op: ‘Je hebt de hele morgen nog niets gezegd, Confuus. Niet tijdens de ochtendmeditatie, niet onder het ontbijt, niet na het ontbijt en niet in de wandelgangen en niet bij de thee. Je hebt nog geen woord gesproken. Wil je daar iets over zeggen?’ Confuus kijkt hem aan. Dan laat hij zijn ogen zakken en kijkt naar zijn handen.

‘Niet echt, hè?’ stelt Willy Wally vast. ‘Je hoeft niets te zeggen, hoor. Ik ben hier ook gekomen voor de rust en de stilte. Ik lulde in het gewone leven alles aan mekaar jongen, d’r kwam geen eind aan, dus ik dacht, ik moet maar eens naar een klooster, want iedereen wordt helemaal gek van mij, omdat ik altijd het laatste woord wil hebben, hè, daar kunnen sommige mensen niet tegen, dat is natuurlijk omdat ze zelf ook graag het laatste woord hebben, maar dat willen ze dan niet toegeven, want ze zijn net als ik, dus ik bedoel maar, ik kan je heel goed begrijpen, Confuus, ik snap heel goed, als geen ander zou ik bijna willen zeggen, dat jij niks wil zeggen omdat je geniet van de stilte en omdat je misschien ook wel stilte in je hoofd wil, maar het viel me gewoon op. Je vindt het toch niet erg, hè, dat ik er iets over zeg, anders moet je het maar zeggen, hoor. Dat kan ik de laatste tijd steeds beter hebben, dat mensen iets zeggen over mijn gedrag of over wat ik zeg. Dat geeft niks.’

Confuus kijkt hem aan. Hij maakt met zijn hoofd een beweging naar de theetafel: ‘Thee?’

‘Graag,’ zegt Willy Wally, ‘en wat fijn dat je gewoon wat zegt en er niet een heel ding van maakt. Stilte wordt soms zo over de top gewaardeerd, alsof er niets beters is dan je mond te houden.’

Confuus luistert al niet meer naar hem, maar is opgestaan, heeft thee ingeschonken en komt nu terug met twee glazen. Hij geeft één glas aan Willy Wally: ‘Laten we even naar buiten lopen en over het park kijken, naar de vijver.’

Willy Wally volgt hem naar buiten. Ze kijken over het park naar de vijver, waar Confuus elke avond een vis vangt voor de poezen. Hij vraagt zich af of het niet beter is om twee vissen te vangen, zodat beide poezen elk hun eigen vis hebben, maar hij weet dat hij daar het geduld niet voor heeft.

Ze drinken hun thee in stilte. Dan zegt Confuus: ‘Weet je Willy Wally, ik zie het park soms ondersteboven. Dan is de weerspiegeling boven en het echte beeld zie ik dan onder alsof dat de weerspiegeling is. Zou dat komen omdat we hier verder niks te doen hebben?’

‘Ik heb geen idee,’ zegt Willy Wally, ‘maar laten we naar binnen gaan. Het is fris.’ Gedwee volgt Confuus hem naar binnen. Ze zetten hun glazen op de theetafel en gaan ieder naar hun eigen kamer.

Ate Vegter, 15 augustus 2021

Over de eindeloze hoeveelheid boeken en de beperkte tijd: De Schuldstapel:
www.atevegter.wordpress.com/260

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s