2332 Zaterdag

Eerbeek, Dieren, Doesburg, Doetinchem, Hooghalen, Hoogsoeren, Laagsoeren, Laaghalen en ik zie mijn vader rondrijden in zijn Opel Olympia in de jaren vijftig. Ik ben zes of zeven en mag af en toe met hem meerijden. Wanneer hij in de winkel is en ik op zijn plek ga zitten, kijk ik onder het stuur door naar buiten. Nu glijdt mijn blik over het stuur van de Volvo en rij ik zelf met Lief en Piep door de Achterhoek, het oude rayon van mijn vader en hoe graag zou ik dit of dat, iets groots of iets kleins zien dat mij aan hem deed denken of dat een andere herinnering oproept, maar er is niets. Het is gewoon zaterdag. Er is alleen het heden van de tegenwoordige tijd en we hebben een halve dag om hier een beetje rond te toeren en wat te wandelen. In Dieren ga ik nog op zoek naar de Grote Grijze Wolf, maar tevergeefs. Iedereen weet dat de Grote Grijze Wolf in Dieren woont, maar alleen mijn dode vader weet waar. Dat moet ook maar zo blijven.

In Doetinchem parkeren we naast de Mediamarkt en zetten we een streep door het verleden. We parkeren op het dak en kletteren alle trappen af, de stad in. We gaan eerst naar het Stadsmuseum, waar een enthousiaste vrijwilliger ons aanklit om alles te vertellen over het ei van Doetinchem en de dikke directeur van Misset. Zodra we kunnen vluchten we naar buiten, maar Doetinchem is geen Zutphen. Ik zal er geen kwaad woord van zeggen, maar het is niks. Overal dezelfde winkelketens als overal en dan een kerk in het midden. Hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy, want daar is de blauwe lucht. Enig hoogtepunt is de platenkelder van Wims Muziekhoek. Een feest voor alle bejaarden.

We gaan verder en rijden naar Apeldoorn, ik ben geboren in Apeldoorn, waar we afgesproken hebben met mijn zus en zwager in hun nieuwe appartement. We omhelzen hartelijk en kijken onze ogen uit. Het is prachtig en ruim met uitzicht over het mooiste kanaal van Nederland. We drinken thee en sap en wijn en praten zo weer bij over het leven en wat daarmee samenhangt, over de kinderen en de kleinkinderen, over lief en leed en alles daartussen en het is mooi om op zo’n nieuwe plek direct thuis te zijn en welkom en vanzelfsprekend. Wij houden niet graag onze mond, dat gaat vanzelf wil ik maar zeggen. En geraakt door de band die blijft gaan we weer verder, terug naar huis. Het is een prachtige dag, een zaterdag met een zondags tintje.

Ate Vegter, 25 oktober 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s