2479 Tekenles

Teun en Eefje rijden naar de kringloop Rataplan in Hoofddorp. Een gezellige winkel met heel veel keuze in boeken en kleding, maar ze zijn er nog niet. Ze rijden er naartoe. De Volvo zit onder het woestijnstof en ziet eruit alsof hij net van de sloop is gehaald en eerst maar eens naar de wasstraat moet. Maar ze gaan niet naar de wasstraat. Daar is het veel te druk vanmorgen en vanmiddag waarschijnlijk nog. Dat is mooi iets voor maandag, wanneer de mensen weer aan het werk zijn. Ze rijden achter een blauwe vrachtwagen van de Technische Unie. Hij denkt aan de Willem van Hillegaersbergstraat en de Philips Willemstraat in Rotterdam. Daar zat ook een vestiging van de Technische Unie toen hij daar in de buurt op de mulo zat, nu zo’n vijfenvijftig jaar geleden. Met ontzag keek hij als dertienjarige naar de jongsens in hun blauwe overalls die daar in- en uitliepen. Het gevoel wordt nog wel eens getriggerd wanneer hij in de Havenstraat zo vlak langs, bijna dóór het jachtbouwbedrijf van Hakvoort rijdt, zeker wanneer de jongens buiten pauzeren, op de grond zitten en een boterham eten, soms ook nog roken en de lucht inkijken. Alsof de tijd heeft stilgestaan.

Bij Rataplan is voldoende parkeerplek en hij zet hem mooi strak tegen het hek. Ze lopen naar binnen, Eefje naar boven de trap op naar de kleding en Teun naar de boeken, die ook hier alfabetisch staan. Hij scoort De Metsiers van Claus, De eenzaamheid van de priemgetallen, De taal van Jip en Janneke, Sonny Boy van Van der Zijl en alsof het daarmee voorbij is Alsof het voorbij is van Julian Barnes. Mooie gelezen boeken voor de buitenbieb.

Op de terugweg lijkt de route simpeler en sneller, zoals dat bijna altijd het geval is. Ze passeren een vrachtwagen van Van Rheenen. Zo heette zijn tekenleraar op de mulo. Hij herinnert zich de tekenlessen nog goed: een korte opdracht en daarna een uur stilte. Een aangename, lome stilte die tegen de ramen opkroop en waarin hun energie verdampte. Een stilte die hij verder bijna niet kende, die nog het meest leek op de stilte van het woordloze gebed van zijn moeder, aan tafel, wanneer zijn vader nog niet thuis was, waar alle spanning opkringelde in de geuren van vers gekookte bloemkool en aardappelen, tot zij zich verspreidde over het plafond met de bleekgroene hanglamp van opa en opoe. De tekeningen bewaarde hij op zijn kamer, tot hij ze aan het eind van het schooljaar een voor een bekeek en daarna weggooide. Thuisgekomen parkeert hij met de kont naar achteren, zodat hij straks zo weer kan wegrijden. Hij zet de boeken in de bieb en gaat naar binnen.

Victor Atema, 18 maart 2022

Advertentie

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s